...over vertrouwen, onderwijs en het recht op een plek

Op een rustige plek in Gent, verscholen tussen groen en woonwijken, ligt het doortrekkersterrein van de Stad Gent. Hier vinden rondtrekkende families tijdelijk een plek om tot rust te komen. Het terrein wordt beheerd door Amal, het Gentse Agentschap voor Integratie en Inburgering. Caritas Vlaanderen sprak er met Nico Van Der Donck, Elise Carpentier en Ourdia Tablout, die zich dagelijks inzetten om van het terrein een tijdelijke thuis te maken.

Een tijdelijk thuis, zoveel mogelijk rust

Woonwagens mogen maximaal 5 keer per jaar voor maximaal 3 opeenvolgende weken neerstrijken op een doortrekkersterrein in Vlaanderen. “Onze taak is om de bewoners zich zoveel mogelijk thuis te laten voelen, ook al is het maar voor drie weken,” zegt Nico Van Der Donck, die samen met Elise Carpentier instaat voor het sociaal en logistiek beheer van het terrein. Elise: “Dat betekent: hen onthalen, helpen met praktische zaken, doorverwijzen naar artsen of diensten, maar ook gewoon luisteren. Veel bewoners komen van ver, zowel letterlijk als figuurlijk. Wij proberen die brug te slaan tussen hun manier van leven en de complexiteit van onze maatschappij.”

“We zorgen dat het terrein goed draait,” vult Nico aan. “Dat er afspraken nageleefd worden, dat het samenleven tussen de verschillende groepen zo vlot mogelijk verloopt. We helpen hen bij hun administratie, maken afspraken met dokters, banken of het OCMW, ... En tegelijk proberen we aanwezig te zijn: zichtbaar, aanspreekbaar, betrouwbaar.”

Het Gentse doortrekkersterrein bestaat al meer dan vijftien jaar. Het nieuwe onthaalgebouw, dat de Stad Gent begin september 2025 opende, maakt het werk voor Amal een stuk aangenamer. “We zijn blij dat de stad wilde bijdragen aan de komst van het gebouw en dat het kon gerealiseerd worden met middelen van de Vlaamse overheid,” zegt Nico. “Het gebouw maakt het mogelijk om bewoners beter te ontvangen, discreet gesprekken te voeren en educatieve activiteiten te organiseren. Het is niet alleen een investering in infrastructuur, maar ook in waardigheid.”

Drie gemeenschappen, één terrein

Vooral drie bepaalde gemeenschappen maken gebruik van het doortrekkersterrein: Roms, Bretoenen en Irish Travellers. Ze leven al generaties lang als woonwagenbewoners, maar elk met een eigen achtergrond en traditie.

“De Roms zijn mensen die al een 150-jarige traditie hebben om in onze contreien rond te trekken. Ze zijn geboren in België, Frankrijk, Duitsland, sommige in Oostenrijk of Scandinavië, en trekken met hun woonwagen hier rond. Deze groep is niet te verwarren met de Roma, die de laatste 30 jaar vanuit ex-Joegoslavië, Slowakije, Bulgarije en Roemenië naar deze streken zijn verhuisd, na de eenmaking van de Europese Unie, toen de migratieregels versoepelden en het gemakkelijker werd om tot hier te komen. De meeste Roma wonen in huizen.”, legt Nico uit. “Ook al spreken Roms en Roma dezelfde taal (het Romanes), toch identificeren ze zich niet als leden van dezelfde groep, integendeel, ze distantiëren zich duidelijk van elkaar. Ze hebben een andere levensstijl, religie en gebruiken.”

“De Bretoenen zijn seizoenarbeiders: ze komen in februari, werken tot de zomer aan schilderwerken, reinigingen van daken, gevelonderhoud, … en keren in augustus terug. De Irish Travellers blijven meestal langer in België, werken vaak in de bouw en trekken enkel tijdens de kerstperiode naar huis,” legt Ourdia uit. Nico: “Bij de Bretoenen is er welstand, ze zijn uitgerust met bestelwagens voor hun werk, wasmachines, droogkasten, professioneel materiaal. De Ieren zijn veelal minder georganiseerd.”

Die diversiteit maakt het werk interessant, maar ook complex. Nico: “Elke groep heeft zijn eigen levensritme, cultuur, godsdienst, gewoonten en omgangsvormen. De Bretoenen staan vroeg op en zijn heel georganiseerd. De Roms leven meer van dag tot dag en hebben op verschillende vlakken heel andere waarden en normen. Roms verbroederen wel met de Bretoenen, maar tegelijk nemen ze soms wat afstand en is er in bepaalde gevallen zelfs racisme: veel Roms vinden dat Bretoenen ‘hun’ plaatsen afpakken. Er zijn vooroordelen en oordelen tussen de groepen. Maar omdat ze allemaal op zoek zijn naar een schaarse plek om even te mogen staan, zien we dat ze wel bereid zijn toegevingen te doen. Het vraagt tijd en vertrouwen om dat in goede banen te leiden. Ons doel is dat iedereen hier in rust kan verblijven.”

Tussen de regels verloren

“Wie voortdurend onderweg is, kan zich moeilijk settelen. Kinderen raken niet ingeschreven op school, gezinnen vallen uit de administratie, verliezen hun rechten. Het is een vicieuze cirkel van uitsluiting,” zegt Nico. “Dat leidt van generatie op generatie tot armoede. Ze zijn vaak analfabeet, kunnen hun administratie niet lezen, boetes stapelen zich op, ze hebben geen rijbewijs, begrijpen de mutualiteit niet, ze laten facturen aanslepen. Ongeletterdheid is een grote handicap in onze samenleving.”

Elise: “Wij proberen hen waar mogelijk te helpen. We helpen hen bij hun administratie, bellen met advocaten, doen zelfs online bestellingen voor hen. Kleine dingen, maar ze maken het verschil tussen mee kunnen en vastlopen. De jongere generatie doet meer zelf, maar bij tegenslagen komen ze naar ons. Ze worden snel slachtoffer van oplichterijen. Zo bijvoorbeeld had een woonwagenbewoner een grond gekocht, maar het bleek om een landbouwgrond te gaan. Ze hebben het moeilijk om de bureaucratische bewoordingen te begrijpen van de documenten die hen worden voorgelegd.”

Meer vraag dan plaatsen

Amal merkt de groeiende nood aan standplaatsen. “Er zijn te lange wachtlijsten. We moeten vaak reservaties weigeren omdat er geen plaats is.”, vertelt Nico. “In Vlaanderen zijn er te weinig doortrekkersterreinen. Terwijl in Wallonië het beleid soepeler is, zijn in Vlaanderen de zogenaamde ‘pleisterplekken’ verdwenen — dat waren gedoogde plaatsen waar families wat langer konden blijven en waar basisvoorzieningen werden voorzien door de gemeente. Door het tekort aan standplaatsen worden woonwagenbewoners nu gedwongen om zich tijdelijk op privéterreinen te vestigen, vaak zonder toegang tot toiletten, vuilnisbakken, water of elektriciteit. Dat gebrek aan infrastructuur leidt onvermijdelijk tot overlast. In Vlaanderen mag je op de openbare weg ook maar hooguit 24 uur staan. Als ze een standplaats kunnen krijgen op een doortrekkersterrein, mogen ze er maximaal 3 weken staan en worden zo verplicht van doortrekkersterrein naar doortrekkersterrein te trekken, wat enorm belastend is.”

“In Charleroi is er het schrijnend voorbeeld van een terrein dat al maanden illegaal bezet wordt door zo’n tweehonderd woonwagens,” vertelt Nico. “De gemeente weigert er toiletten of andere basisvoorzieningen te plaatsen, omdat dat zou betekenen dat ze de bezetting goedkeuren. Je kan je voorstellen in welke omstandigheden de mensen daar leven: zonder sanitaire voorzieningen, zonder vuilnisophaling, waardoor afval in de omliggende natuur terechtkomt, en zonder toegang tot water of elektriciteit, die ze dan noodgedwongen illegaal aftappen. Na een eerdere ontruiming vestigde de groep zich aan de andere kant van Charleroi, maar toen ze ook daar moesten vertrekken, keerden ze terug naar het oorspronkelijke terrein. Zo is een soort carrousel ontstaan.”

De gevolgen van het tekort aan standplaatsen zijn voelbaar. “We zien wanhoopfrustraties bij de mensen: ze gaan liegen om hier toch te mogen staan. Bretoenen plannen veelal ver vooruit en reserveren vroeg. Om de Roms toch een kans te geven, werken we op alle terreinen met een afwisseling van groepen: drie weken van Roms, drie weken voor de Bretoenen.” Elise: “Veel Bretoenen klampen zich aan ons vast om zich nog van een plaats te kunnen verzekeren.”

Ourdia wijst ook op de onzekerheid van het beleid. “Het terrein in Kortrijk sluit in 2029 en ook de toekomst van het terrein van Lille is momenteel onduidelijk.” Nico: “Geen enkele gemeente ziet het zitten in nieuwe doortrekkersterreinen te investeren, ook al gold er tot voor kort een subsidie voor 100% terugbetaling van de kosten voor inrichting of uitbreiding. Aangezien gemeenten er geen gebruik van maakten, achtte de Vlaamse overheid de subsidie vanaf 2024 niet meer nodig. Nochtans zijn de noden groot.”

Onderwijs als sleutel tot vertrouwen

Naast het sociaal beheer organiseert Amal ook onderwijsactiviteiten voor de kinderen die hier tijdelijk verblijven. Daarvoor is Ourdia Tablout verantwoordelijk. Zij is educatief medewerker en werkt met kinderen van verschillende leeftijden, achtergronden en niveaus.

“Er is geen vaste klasgroep, want de samenstelling verandert voortdurend,” vertelt Ourdia. “Sommige kinderen hebben even school gelopen, anderen hebben nog nooit een pen vastgehouden. We beginnen bij de basis: hun naam leren schrijven, letters herkennen, tellen. En we doen dat in kleine stapjes, met veel herhaling.”

De lessen zijn praktisch en aangepast aan hun leefwereld. “We proberen vooral in de voormiddag te werken, want hun concentratie is kort. In de namiddag doen we soms uitstappen: naar een boerderij, een speeltuin of het buurthuis. Zo leren ze ook de omgeving kennen en raken ze vertrouwd met de stad. Dankzij samenwerkingen met vzw Jong kunnen ze ook deelnemen aan speelpleinwerkingen.”

Ourdia lacht wanneer ze vertelt over kleine successen: “Soms zie ik een kind na drie maanden terug, en dan kan het plots zijn naam schrijven of tot tien tellen. Dat lijkt weinig, maar het betekent ontzettend veel. Het is een begin van zelfvertrouwen.”

Caritas Vlaanderen is een regelmatige bezoeker. Wij komen tot bij de gezinnen die daarnaar vragen in hun woonwagen lesgeven aan de kinderen. (Meer info: project Family Following)

Een geïsoleerde gemeenschap

De band met de buurt is voorzichtig. “De buren hebben geen last van ons,” zegt Ourdia, “maar het contact blijft afstandelijk. We hebben flyers verdeeld voor de opening van het nieuwe gebouw, maar amper buurtbewoners gezien.” Nico: “Toch blijven we uitnodigen: kom eens langs, maak een praatje, leer de mensen kennen. Angst verdwijnt door ontmoeting.”

Kinderen nemen soms deel aan buurtactiviteiten, zoals samen soep maken in het buurtwerk. Voor volwassenen is dat moeilijker. “Ze blijven liever op het terrein,” zegt Elise. “We proberen hen te betrekken bij sessies over bijvoorbeeld rijbewijzen of verkiezingen. Het gaat traag, maar elke stap telt.”

Het contact met de families groeit door herhaling. “De gezinnen die hier regelmatig terugkomen, kennen ons intussen,” zegt Ourdia. “Ze helpen bijvoorbeeld mee in onze moestuin, of praten spontaan over wat er moeilijk loopt.”

Samen voor een menselijk beleid

Amal staat niet alleen. Er is regelmatig overleg tussen de beheerders van de Vlaamse doortrekkersterreinen, met Caritas Vlaanderen en andere partners. Samen delen ze ervaringen en signalen aan de overheid. De beheerders van de doortrekkersterreinen startten daarnaast ook pas een regelmatig onderling overleg.

“Het is belangrijk dat we onze stem blijven laten horen,” zegt Nico. “Deze mensen zijn ondervertegenwoordigd op elk beleidsniveau. Ze leven in precariteit, vaak zonder stem. Wij proberen hun realiteit zichtbaar te maken.”

Nico: “We hebben met het nieuwe gebouw en onze ervaring alle kansen om hier iets moois te blijven doen — voor de kinderen, de gezinnen, en de buurt. Maar we kunnen het niet alleen. We willen lokale besturen stimuleren om deze groep te erkennen en te ondersteunen. Want uiteindelijk is het een plicht van ons allemaal om onze medemenselijkheid te tonen.”

Gerelateerde berichten