Nele Dogimont, werkt voor het Onderwijscentrum van Stad Gent. Ze is brugfiguur van Stad Gent voor basisschool De Panda: “Ik doe eigenlijk maatschappelijk werk op school, binnen de schoolcontext, en maak ook de brug naar de thuissituatie van de leerlingen. Ik leg contacten met de ouders, doe ook individuele hulpverlening en verwijs hen door naar specifieke sociale diensten. Ik heb hier een vaste stek op school, ben aanspreekpunt voor de ouders, en heb, meer dan de leerkrachten, de tijd om op hun hulpvragen in te gaan.”

Wat doen jullie momenteel met de steun van Caritas Hulpbetoon rond lege brooddozen?

“We hadden al een ontbijtproject, maar dat bleef tot voor kort kleinschalig. Onze school ligt in een kansarme wijk met veel gezinnen. We hebben geen oudercomité met grote giften, geen rijke donateurs. Dankzij jullie steun kunnen we ons aanbod uitbreiden.

’s Ochtends starten we met een ontbijtsnack voor de kleuters en de lagere schoolkinderen. Ze kunnen kiezen uit droge voeding (zoals beschuiten, rijstwafels, granenkoekjes) en zoet beleg. Er zijn ook gedroogde vruchten, noten en fruitknijpzakjes (babyvoeding), wat we aanbieden in overleg met een diëtist van het wijkgezondheidscentrum. Voor de jongsten is dit gestuurd, voor de ouderen is het vrij kiezen tijdens het kringmoment. Het doel is: geen stigmatisering, iedereen mag mee-eten.

Daarnaast voorzien we twee keer per week groentjes. Bij de kleuters is dat tijdens een tussendoortje, in de lagere school bij de maaltijd. Kinderen proeven nieuwe smaken, leren iets nieuws kennen. We betrekken ook de ouders daarbij: zij helpen soms bij het snijden of uitdelen. Dat vergroot dan weer de betrokkenheid van de ouders bij de school. Dankzij jullie steun kunnen we verse voeding aanbieden, wat veel duurder is dan beschuit en een pot zoet beleg. We merken dat het groentenaanbod werkt. De kinderen reageren enthousiast. En wat is er mooier dan de schooldag beginnen met een goed gevoel – én een gevulde maag?”

Nele is trots, maar ook realistisch: “We hopen volgend schooljaar nog lang verder te kunnen met jullie steun, maar verse voeding is duur. Jullie steun is natuurlijk ook eindig, dus we zoeken naar samenwerkingen met lokale partners, zoals bijvoorbeeld een supermarkt in de buurt die dan eventueel een korting zou kunnen bieden.”

Hoe merken jullie dat er armoede is onder de leerlingen op jullie school?

“We weten dit aan de hand van de SES-indicatoren. We zitten bijna volledig aan 100%. In het kader van onze samenwerking met Enchanté vzw (project Brooddoosnodig) is er een nulmeting gebeurd en een tweede meting aan het eind van het schooljaar. Los van de cijfers merken we het bijvoorbeeld aan het ontbreken van de materiële zaken of in dit geval aan de lege of ongezonde brooddozen. Ook zien we het aan het aantal onbetaalde schoolrekeningen. De Stad Gent heeft gelukkig een sociaal beleid, er wordt gewerkt met inkomensgrenzen van de ouders, maar vaak vallen ouders net onder zo’n barema, waardoor ze geen recht hebben op bepaalde kortingen. Hun situaties zijn soms zwaar, het zijn niet alleen de schoolrekeningen die ze moeten betalen natuurlijk, er zijn de hoge energiefacturen, zelfs sociale woningen zijn duur,…

Ons uitgangspunt is: iedereen verdient gelijke onderwijskansen, en gezonde voeding is daar een factor in. De focus van een school ligt natuurlijk op het leren, maar dan is het wel belangrijk dat een kind dit kan doen in de best mogelijke omstandigheden.”

Welke initiatieven nemen jullie nog om leerlingen in armoede te helpen op jullie school?

“We krijgen kleding en boekentassen van organisaties uit de buurt. We verdelen dit dan aan de kinderen die daar nood aan hebben. Onder onze leerlingen zijn soms anderstalige nieuwkomers, die vaak in hun land van herkomst minder een schoolcultuur kennen. Zij starten dan, vaak middenin het schooljaar, met niets. We proberen hen warm te ontvangen en even tijd te geven om te bekomen. Er worden ook heel wat Brede School-activiteiten aangeboden: kampjes, lessenreeksen (STEM, sport, crea, dans, …), naschoolse activiteiten.

Ik werk bijvoorbeeld samen met de Arteveldehogeschool om studenten aan huis te laten gaan bij onze leerlingen voor huiswerkbegeleiding. Dat is voor hen vaak heel confronterend, omdat hun referentiekader zo totaal verschillend is. Ze merken dan: soms is er geen tafel, geen stoelen, ze doen hun huiswerk op het tapijt. Wat ze wel merken is dat elke ouder wilt dat zijn kind het goed doet en zijn best daarvoor doet. Ouders grijpen hun armoede niet als excuus aan op school. De studenten staan te kijken van hun veerkracht.

We willen een warme school zijn, willen elk kind gelijke kansen geven, en nemen daarvoor verschillende initiatieven, met alleen maar goede bedoelingen.”