30 jaar bij Caritas Vlaanderen – een portret van directeur Dominic Verhoeven
“Ik heb meer gekregen van Caritas dan ik ooit heb kunnen teruggeven”
Op 1 september 1995 zette Dominic Verhoeven zijn eerste stappen bij Caritas Vlaanderen. Dertig jaar later kijkt hij terug op een bewogen traject dat niet alleen zijn eigen leven heeft getekend, maar ook de koers van de organisatie mee bepaalde. Zijn verhaal is er een van inspiratie, geloof en een voortdurende zoektocht naar relevantie in een veranderende samenleving.
Van de universiteit naar Caritas
De weg naar Caritas liep voor Dominic langs de universiteit. Als assistent sociologie werkte hij jarenlang mee aan onderzoeksprojecten rond de christelijke inspiratie van instellingen in de gezondheids- en welzijnssector. Het project werd gefinancierd door Benevolentia (nu Porticus) en van daaruit kwam hij in contact met Caritas. “Ik was betrokken bij een onderzoeksgroep die half door Caritas en half door de universiteit werd gevormd. Het lag dus eigenlijk in de lijn der verwachting dat ik, zodra mijn onderzoeksprojecten afliepen, bij Caritas zou terechtkomen.”
Toch speelde ook het leven zelf een rol. Tijdens die periode verloren hij en zijn vrouw een kindje na 26 weken zwangerschap. De warme, respectvolle manier waarop de begeleiding door de pastorale dienst in UZ Gasthuisberg daarmee omging, raakte hem diep. “Dat heeft me ertoe gebracht om te zeggen: hier wil ik mijn energie in steken.” Hij mocht van de secretaris-generaal van Caritas Vlaanderen op 1 september 1995 beginnen als adjunct van de geestelijk adviseur. Het begin van een lange reis.
De eerste jaren: identiteit en Oost-Europa
“Zo ben ik erin gerold: met ondersteunend werk, pastorale commissies, studies rond identiteit, en het zoeken naar werkbare modellen. Hoe geef je christelijke identiteit concreet gestalte?” Naast dat inhoudelijke werk kreeg hij Caritas Hulpbetoon op zijn bord. “Ik ontdekte hoe belangrijk het is dat Caritas naast de reflectie ook heel concreet aanwezig is. Niet alleen denken en analyseren, maar ook gewoon doen.”
Ook de internationale projecten kwamen al snel in zijn korf terecht. “Caritas had het EFfFect-programma opgezet met steun van de Vlaamse overheid, dat zorgprojecten in Oost-Europa omvatte, zoals de opstart van thuiszorg in Slovakije en later de ondersteuning van palliatieve zorg in Bosnië.”
Internationale dimensie
Die internationale dimensie zou een rode draad blijven. Dominic groeide uit tot een vaste waarde in Caritas Europa en Caritas Internationalis. Hij werd lid en later voorzitter van de Social Policy Commissie van Caritas Europa, werkte mee in werkgroepen rond hiv en aids, homecare en EU-uitbreiding en werd na 2011 actief in verschillende werkgroepen, waaronder deze rond Catholic Identity, van Caritas Internationalis, waarvan hij acht jaar chairman was.
“We hebben nooit onze identiteit onder de korenmaat gestoken. Integendeel, wij zijn in de eerste plaats ‘le bras social de l’Église’. Zoals Paus Franciscus steeds herhaalde: ‘Jullie zijn geen NGO.’ We hebben onze eigenheid altijd naar waarheid proberen in te vullen.”
Met het Catholic Identity Committee werd de publicatie ‘Serving out of Love’ uitgegeven,
waarmee wereldwijd vormingssessies werden gegeven over de katholieke identiteit van Caritas, van Azië tot Latijns-Amerika. “Wij zijn vertrokken van praktische bezigheden: wat doen we, waar zijn we mee bezig? Zonder theologische traktaten, maar vanuit de praktijk. Dat werd positief onthaald, ook door kardinaal Turckson, die toen prefect was van het dicasterie van Integrale Menselijke Ontwikkeling, en die het groen licht moest geven voor de publicatie.”
Diaconie als rode draad
In 2001 werd Dominic tot diaken gewijd. Een gebeurtenis die zijn werk bij Caritas nog nauwer met zijn persoonlijke roeping verbond. “Mijn collega en vriend Zjef Helsen van VOCA, onze toenmalige vormingsdienst, was ongeneeslijk ziek en overleed drie dagen na mijn wijding. Zijn begrafenis was mijn eerste dienst als diaken. Voor mij viel daarmee alles samen. Charité n’a pas d’heure: je kan geloof en engagement niet scheiden. Het is altijd één spoor.”
Zijn visie op diaconie bleef sindsdien het fundament. “Diaconie gaat voor mij niet alleen over de wijding, maar over de kern van het christen-zijn: omzien naar elkaar, nabij zijn, barmhartigheid concreet maken. Caritas bemiddelt daarin, ondersteunt dat, maar de kern ligt bij mensen zelf. Daarom is het zo belangrijk dat Caritas niet verwordt tot zomaar een NGO. De evangelische opdracht blijft het fundament, en dat mogen we best beleven en uitdragen.”
“Wat niet betekent dat we exclusief kerkelijk zouden bezig zijn. Integendeel: Caritas is pas echt Caritas wanneer ook mensen van andere geloofsovertuigingen zich thuis voelen. Kijk naar Caritas Bangladesh, waar duizenden medewerkers werken, de meesten moslims. Ze dragen het Caritas-verhaal met trots, terwijl ze perfect weten waar we voor staan. Dat is voor mij diaconie op z’n best.”
De katholieke sociale leer als kompas
Een belangrijke vertaalslag maakt Caritas via de katholieke sociale leer: een manier om geloof en ethiek te verbinden met politiek en economie.
“Ik heb altijd veel inspiratie gehaald uit de katholieke sociale leer. Voor sommigen klinkt dat misschien abstract, maar voor mij is het de meest concrete vertaling van het evangelie naar de samenleving toe. Het is geen systematisch handboek, maar een verzameling inzichten die telkens ontstonden in een bepaalde context. Van Rerum Novarum tot Laudato Si. Samen vertellen ze één boodschap: de sociaal-politieke vertaling van de evangelische opdracht om uw naaste lief te hebben.”
Hervormingen en herbronning
Caritas Vlaanderen kende in zijn tijd drie grote hervormingen: in 1999 (toen de koepelfunctie werd hertekend), in 2007 (met de centralisatie van de dienstverlening) en in 2013 (met de loskoppeling van de instellingenverbonden).
“Toen de secretaris-generaal in 1999 vertrok, op hetzelfde moment als de administratief directeur, kreeg ik plots van voorzitter Geysen de opdracht om een week later de Algemene Vergadering te organiseren. Dat was even happen; ik ben toen tijdelijk even coördinator geweest en sinds 2005 opnieuw en later officieel directeur. Het was voor Caritas een tijd van zoeken, van macht verliezen, maar ook van herbronnen en herwonnen engagement.”
In 2013 kreeg het proces van verzelfstandiging van de instellingenverbonden (Zorgnet, later Zorgnet-Icuro, en het Vlaams Welzijnsverbond) zijn beslag. “Op de avond dat paus Franciscus verkozen werd, viel voor ons ook de beslissing om onze koers te hertekenen. Vanaf toen konden we opnieuw bouwen. Onder voorzitter Luc De Geest, een visionair man, hebben we nieuwe statuten uitgewerkt en een strategisch plan opgesteld. We kozen heel bewust voor armoedebestrijding en nabijheid bij wie aan de rand leeft: Roma, rondtrekkende groepen, mensen in detentie.” Die koers hebben we daarna verder uitgediept onder het voorzitterschap van Bruno Aerts.
Dominic vat het samen met een knipoog naar de kerkgeschiedenis: Caritas semper reformanda. “We zijn geëvolueerd van een machtsfactor in de tijd van de verzuiling naar een inspirerende factor, en we willen dat ook op beleidsvlak zijn. De ommezwaai betekende dat we terugkeerden naar de kern: er zijn voor wie nood heeft, lokaal en diocesaan.”
Een kleine organisatie met grote ambities
“Het is een mooie evolutie,” zegt Dominic. “Van een machtig bastion naar een kleine organisatie die er echt wil zijn voor wie uit de boot dreigt te vallen. We willen meer decentraal gaan werken en breed inzetten, op armoedebestrijding en wat sociologen ‘groepen aan de rand’ noemen – of wat voor paus Franciscus ‘de periferie’ was. Met pretentie om impact te hebben, maar steeds geworteld in de overtuiging dat caritas en kerk niet los van elkaar bestaan.”
“Dat culmineert nu eind 2025 in het integreren van Caritas Vlaanderen in Caritas Hulpbetoon, zoals onze Franstalige zusterorganisatie dat ook gedaan heeft met Caritas Francophone en Caritas Secours. Vandaag zijn we een kleine organisatie, zeker in vergelijking met vroeger. Maar ik geloof dat we daardoor relevanter zijn, met een heldere missie. We focussen met Caritas Hulpbetoon op concrete solidariteit: hulp aan gezinnen in armoede, steun aan mensen in detentie, pastorale aanwezigheid in de zorg. Nieuwe initiatieven zoals projecten rond Roma en rondtrekkende gemeenschappen tonen een bewuste keuze voor wie aan de onderkant van de samenleving leeft.”
Dertig jaar dienst, en nog steeds bewogen
“Als ik terugkijk op die dertig jaar, dan voel ik vooral dankbaarheid. Ik heb enorm veel gekregen van Caritas: kansen, ontmoetingen, vriendschappen, internationale ervaringen, momenten van diep geloof en van intens menselijk contact. Meer dan ik ooit terug heb kunnen geven. Caritas heeft mijn leven gevormd. Het is voor mij geen job, maar een roeping.”
“De wereld verandert, de uitdagingen blijven groot, maar de kern blijft altijd dezelfde: er zijn voor wie uit de boot dreigt te vallen, in de voetsporen van die Man uit Nazareth. Dilige et quod vis fac, wist Augustinus. Heb lief, en doe dan wat je wil. Want als de naastenliefde aan de basis ligt van je handelen, valt het allemaal wel in de juiste plooi. Dat is de essentie van Caritas Vlaanderen. En die blijft ongewijzigd.”