Roma Week 2026 toont hoe hardnekkig de uitdagingen voor Roma blijven
Roma Week 2026 streeft naar een Europa waarin Roma actieve aanjagers van verandering zijn en op voet van gelijkheid deelnemen aan het politieke, sociale en economische leven. Door rechtvaardigheid, gelijkheid en participatie met elkaar te verbinden, wil het bruggen slaan tussen instellingen en gemeenschappen, zodat de inclusie van Roma een kernverbintenis van de Europese Unie blijft.
Met het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK) en de Europese verkiezingen in aantocht, biedt Roma Week 2026 een uitgelezen kans om beleid, financiering en politieke wil op elkaar af te stemmen. Het evenement wil de participatie van Roma in EU‑beleid versterken, het gebruik van EU‑middelen kritisch opvolgen en antiziganisme erkennen als een fundamentele mensenrechtenkwestie.
Caritas Hulpbetoon Vlaanderen was aanwezig op 21, 22 en 23 april op dit evenement in Brussel en bracht enkele inzichten uit verschillende panels en gesprekken mee.
Dag 1 – Roma als volwaardige partner in het EU‑beleid
Tijdens de opening benadrukte EU‑Commissaris voor Gelijkheid Hadja Lahbib dat Roma de grootste minderheidsgroep in Europa vormen, maar nog steeds onvoldoende worden meegenomen in het Europese beleid. Terwijl de onderhandelingen voor het nieuwe MFK volop bezig zijn, is het cruciaal dat Roma expliciet als doelgroep worden opgenomen.
We hoorden meerdere voorbeelden die aantonen dat duurzame financiering essentieel is. Zo werd verwezen naar een tewerkstellingsproject voor Roma in Spanje dat een trage start kende, maar na 25 jaar wel structurele resultaten opleverde. Een andere belangrijke boodschap is dat projecten voor Roma enkel werken wanneer ze mét de gemeenschap worden ontwikkeld, niet voor hen. "Wie goedbedoeld projecten start zonder de doelgroep te betrekken, is vooraf al gedoemd om te mislukken", klonk het bij Lahbib.
Tegelijk werd gewezen op de groeiende aanwezigheid van extreemrechtse stemmen in het Europees Parlement, die broodnodige investeringen proberen tegen te houden. Toch engageren verschillende politici zich om te blijven strijden voor voldoende middelen in het MFK 2028–2034.
Dag 2 – Antiziganisme en online haat
Veselin Mitov (EESC) opende dag 2 van Roma Week 2026 met een pijnlijke vaststelling: Romajongeren internaliseren online haat zodanig dat zelfs extreme geweldsoproepen genormaliseerd aanvoelen. Roma behoren dan ook tot de groepen die het meest kwetsbaar zijn voor online haat, mede door de reeds bestaande structurele uitsluiting. Door het gebrek aan realistische beeldvorming ontwikkelen zij een negatief zelfbeeld en verminderd zelfvertrouwen.
Hieruit ontstond het TAAO-project, dat jongeren antiziganisme leert herkennen en melden als stap naar effectieve bestrijding. Uit onderzoek van dit project bleek dat:
- online haat wijdversprijd en complex is
- vooral voorkomt in commentsecties
- onvoldoende wordt gemodereerd
- meldingen vaak zonder gevolg blijven.
Facebook werd genoemd als het platform waar Roma de meeste haatspraak tegenkomen. De economische logica van sociale media – haat genereert engagement en inkomsten – verklaart deels waarom platformen zo traag reageren. De Europese Commissie wees op de rol van de Digital Services Act (DSA), die platformen verplicht actiever op te treden tegen haatspraak. Toch blijft de implementatie moeilijk door de sterke juridische en financiële macht van grote techbedrijven.
Daarnaast werd het belang van intersectionaliteit benadrukt. Dat houdt in dat Romavrouwen dubbel worden getroffen door racisme én seksisme, en soms door bijkomende discriminatie op basis van seksualiteit of handicap.
Dag 3 – De maatschappelijke positie van Romavrouwen
Op de derde dag lag de focus op Romavrouwen. Sprekers uit Italië, Bulgarije, Roemenië en Finland schetsten hoe structurele discriminatie in onderwijs, gezondheidszorg en arbeidsmarkt wijdverspreid blijven. Zo maakt de helft van de Romameisjes in Bulgarijë hun formele onderwijs niet af, wat hun economische onafhankelijkheid en maatschappelijke positie ernstig ondermijnt. In Italië verbergen ze dan weer vaak hun identiteit om aan werk te geraken. Veel Romavrouwen worden uitgesloten van besluitvorming. Zelfs wanneer ze op politieke lijsten staan, is hun rol vaak symbolisch.
Toch klonk er ook hoop. Er werd benadrukt dat wanneer Romavrouwen ruimte en meer erkenning krijgen, ze verwachtingen overstijgen. Mentorschap, lokale ondersteuning en toegang tot onderwijs en werk werden genoemd als cruciale hefbomen.
Alexandra Kökény: “We hebben een duidelijke definitie van antiziganisme nodig”
Op dag 3 spraken we ook met Alexandra Kökény. Zij is communicatiestudente en videojournalist voor het RomaPlay YouTubekanaal. Tijdens Roma Week was Kökény een van de vertegenwoordigers van de Hongaarse Uccu Foundation. Zij pleit voor een duidelijke, officiële definitie van antiziganisme op EU‑niveau. Volgens haar zou dit lidstaten helpen om systemisch racisme te herkennen en sneller te vervolgen.
“Er zijn zoveel situaties waarin we met racisme worden geconfronteerd, maar vervolging mislukt. Als straffen strenger zouden zijn, zou ons leven makkelijker worden en zou racisme afnemen”, vertelde ze.
Daarnaast wees ze op drie structurele problemen die overal in Europa terugkeren:
- huisvesting: segregatie bestaat nog steeds
- werkgelegenheid: discriminatie en gebrek aan kansen
- onderwijs: gesegregeerde klassen en scholen, vooral in religieuze scholen in landelijke gebieden.
Alexandra vertelde ook over haar rol als student in het hoger onderwijs. Ze ziet zichzelf niet als rolmodel voor Romajongeren, maar eerder als een voorbeeld voor Europese beleidsmakers:
“Ik ben geen rolmodel voor Roma‑jongeren, maar voor regeringen en de EU. Ik toon dat wanneer iemand een ondersteunende omgeving krijgt, de kans groter is dat die persoon naar de universiteit kan. De meeste Roma hebben die omgeving niet en moeten elke dag met racisme omgaan.”
Tijdens een jongerenpanel waar Alexandra bij was, werd bovendien benadrukt dat Romajongeren vandaag al betrokken moeten worden bij de volledige beleidscyclus. Niet als symbolische stem, maar als volwaardige partners.
Uitdagingen en kansen voor Roma in de EU-uitbreidingsregio
Tot slot volgden we een panel dat focuste op de situatie van Roma in de EU-uitbreidingsregio.
Onderzoek van internationale organisaties toonde aan dat Roma in landen zoals Albanië, Georgië en Moldavië disproportioneel getroffen worden door armoede, werkloosheid en slechte huisvesting, en vaak de meest gemarginaliseerde groep vormen. De toegang tot onderwijs en gezondheidszorg blijft er beperkt, onder meer door discriminatie en een gebrek aan officiële documenten. Hoewel de EU druk uitoefent op kandidaat-lidstaten om vooruitgang te boeken, blijft de implementatie ongelijk, zeker in contexten van politieke instabiliteit of conflict.
Dit toont dat de inclusie van Roma niet alleen een uitdaging is binnen de EU, maar ook belangrijk is voor het uitbreidingsbeleid en voor de geloofwaardigheid van de Europese waarden.