Van opsluiting naar herstel: een pleidooi voor detentiehuizen – interview met Marlies Gailliaert van vzw De Huizen

Wat als we detentie anders zouden organiseren? Kleiner, menselijker, en met een echte kans op herstel? Marlies Gailliaert, coördinator van vzw De Huizen, gelooft dat het kan — en moet. In een uitgebreid interview vertelt ze waarom klassieke gevangenissen niet meer voldoen, en hoe kleinschalige detentiehuizen een toekomstgericht alternatief bieden.

Vanuit haar ervaring als justitieel welzijnswerker in de gevangenissen van Brugge en Ruiselede zag Marlies van dichtbij hoe het systeem vaak faalt. “Gevangenissen zijn gebouwd op afzondering en controle, maar bieden weinig perspectief op re-integratie. We kunnen het beter doen,” zegt ze.

Vzw De Huizen pleit daarom voor een fundamenteel ander detentieparadigma: kleinschalige detentiehuizen die lokaal verankerd zijn, gericht op begeleiding, verantwoordelijkheid en herstel. “In een detentiehuis blijven mensen in contact met hun omgeving, worden ze geactiveerd, en dragen ze bij aan de gemeenschap. Dat werkt.”

Toch is de uitrol in Vlaanderen niet evident. Lokale besturen aarzelen vaak, uit angst voor overlast of weerstand in de buurt. “Maar die weerstand verdwijnt meestal zodra een huis effectief draait,” legt Marlies uit. “In Kortrijk, bijvoorbeeld, zetten bewoners zich in voor zwerfvuilacties en sociale initiatieven. Buurtbewoners zien dan dat het goed draait, dat er geen overlast is en dat bewoners net bijdragen aan het lokale leven.”

Ook al zijn detentiehuizen op korte termijn duurder dan klassieke gevangenissen, op lange termijn verdienen ze zichzelf terug, zegt Marlies. “De recidivegraad in België is erg hoog. Wie mensen na hun straf zonder begeleiding op straat zet, betaalt daar uiteindelijk opnieuw de prijs voor.”

Voor Caritas Vlaanderen is dit gesprek bijzonder waardevol. Samen met partners als vzw De Huizen willen we blijven ijveren voor een menswaardige detentie, waarin herstel, re-integratie en perspectief centraal staan.

Lees of beluister het volledige interview met Marlies Gailliaert