Marlies Gailliaert, coördinator van vzw De Huizen, pleit voor een radicaal andere manier van omgaan met detentie. In plaats van klassieke gevangenissen ziet zij meer toekomst in kleinschalige detentiehuizen, waar gedetineerden dichter bij hun omgeving, met meer begeleiding en verantwoordelijkheid, kunnen werken aan re-integratie.

“We moeten durven investeren in een menswaardig alternatief voor detentie”

Marlies, kan je jezelf even voorstellen?

Ik ben Marlies Gailliaert, sociaal werker van opleiding. Ik werkte jarenlang als justitieel welzijnswerker in de gevangenissen van Brugge en Ruiselede. Daarna ben ik een tijdlang met jongeren aan de slag gegaan in het kader van jeugdzorg en de jeugdrechtbank. Toch bleef het gevangeniswezen me bezighouden. Ik begon uiteindelijk als vrijwilliger bij vzw De Huizen en ben er nu voltijds coördinator.

Wat is de missie van vzw De Huizen?

Wij pleiten voor een fundamenteel ander detentieparadigma. In plaats van grote, anonieme gevangenissen geloven wij in kleinschalige detentiehuizen die lokaal verankerd zijn, gemeenschapsgericht en afgestemd op de noden van de bewoners. Begeleiding staat er centraal en bewoners kunnen er actief werken aan hun re-integratie. Detentie moet niet enkel straffen, maar ook herstellen — voor de gedetineerde zelf, voor het slachtoffer en voor de samenleving. We willen zo bijdragen aan een menswaardige en effectievere manier van detentie, die re-integratie bevordert en de recidive verlaagt.

Wat zijn detentiehuizen precies, en hoe verschillen ze van traditionele gevangenissen?

Een detentiehuis is een kleinschalige instelling waar een beperkt aantal bewoners verblijft. De nadruk ligt op begeleiding, verantwoordelijkheid en verbondenheid met de omgeving. In plaats van klassieke cipiers werken we met detentiebegeleiders die niet louter toezien, maar actief ondersteunen. De sfeer is huiselijker en menselijker. Er is een sterkere focus op ‘warme bewaking’ en dynamische veiligheid: bewakers zijn begeleiders, geen controleurs. Klassieke gevangenissen zijn gebouwd op een oud model dat vertrekt vanuit afzondering en controle. In een detentiehuis staat de mens centraal.

Wat is het verschil tussen een detentiehuis en een transitiehuis?

Transitiehuizen richten zich op het laatste deel van iemands straf. Ze begeleiden gedetineerden in hun overstap naar de samenleving. Die huizen worden meestal extern uitgebaat, soms zelfs door commerciële partners. Detentiehuizen daarentegen zijn eigendom van de federale overheid, worden uitgebaat met personeel uit justitie, en zijn bedoeld als volwaardig alternatief vanaf het begin van een straf. Toch zijn beide nog schaars in België. Politieke keuzes, weerstand van lokale besturen en praktische bezwaren zorgen ervoor dat de uitrol moeizaam verloopt. Onze ambitie is dat ze ooit de klassieke gevangenissen volledig vervangen.

Waarom is die lokale verankering zo belangrijk?

Re-integratie gebeurt in de samenleving, niet achter muren. Daarom is het cruciaal dat detentiehuizen in wijken of gemeenten staan waar bewoners opnieuw verbinding kunnen maken. Dat kan door vrijwilligerswerk, buurtprojecten of samenwerking met lokale organisaties. In Kortrijk helpen bewoners bijvoorbeeld met zwerfvuilacties, zamelen ze geld in voor scholen of helpen ze in een woonzorgcentrum. Zo herstellen ze niet alleen hun eigen leven, maar ook de relatie met de samenleving.

Toch is er vaak weerstand van lokale besturen. Hoe komt dat?

Dat klopt. Burgemeesters zijn vaak huiverig: ze vrezen extra werk voor politie, ongeruste buren of een daling van de woningprijzen. Ook speelt mee dat detentie traditioneel een federale bevoegdheid is, waardoor lokale besturen zich niet verantwoordelijk voelen. Maar we merken dat de meeste weerstand verdwijnt zodra het huis er effectief is. Buurtbewoners zien dan dat het goed draait, dat er geen overlast is en dat bewoners net bijdragen aan het lokale leven. Communicatie en transparantie zijn daarbij cruciaal.

Hoe ziet de actuele situatie van detentiehuizen in Vlaanderen eruit?

Momenteel zijn er in België twee detentiehuizen operationeel: één in Vorst en één in Kortrijk. Er waren plannen voor extra detentiehuizen, maar die stuiten vaak op lokale weerstand. We merken dat burgemeesters het idee wel genegen zijn, maar het moeilijk hebben met de locatiekeuze in hun stad of gemeente. Toch is het federale beleid duidelijk: er komt een verdere uitrol. Er wordt nu gezocht naar minstens één detentiehuis per provincie, met ook oog voor specifieke doelgroepen zoals jongvolwassenen en psychisch kwetsbare mensen.

Is een detentiehuis duurder dan een klassieke gevangenis?

Ze zijn duurder in de exploitatie, ja. Maar wat kost het als mensen keer op keer terugvallen, doordat ze niet goed voorbereid zijn op hun terugkeer? De recidivegraad in België ligt rond de 70%. Wie na detentie geen werk, woning of netwerk heeft, valt makkelijker terug. Detentiehuizen bieden mensen begeleiding, structuur en perspectief. Dat maakt op termijn het verschil. Wie opnieuw een leven opbouwt, is geen maatschappelijke kost meer, maar een bijdrage. Daar verdienen we als samenleving op terug — sociaal én economisch.

Zijn detentiehuizen ook geschikt voor mensen met zware straffen of psychische kwetsbaarheid?

Ja, wij geloven dat iedereen een plaats kan krijgen in een detentiehuis, mits aangepaste ondersteuning. Mensen met een lange straf kunnen op termijn net meer baat hebben bij een stabiele, begeleide omgeving. We zien in het buitenland inspirerende voorbeelden — zoals in Noorwegen — waar langgestraften een vorm van evenwicht vinden in hun detentiehuis. Ook psychisch kwetsbare mensen hebben nood aan kleinschalige zorg op maat. Daarom pleiten wij voor een sterker forensisch zorgaanbod. Het klassieke systeem is te groot, te log en veroorzaakt veel frustratie — bij bewoners én personeel. Kleinschaligheid biedt meer ruimte voor zinvolle relaties en echte begeleiding.

Wat vinden bewoners zelf van het leven in een detentiehuis?

Ze zeggen vaak: "In de gevangenis lieten ze me met rust. Hier word ik geactiveerd." En dat klopt. In een detentiehuis moet je meedoen, keuzes maken, opnieuw verantwoordelijkheid opnemen. Dat is intensiever en soms confronterend, maar ook hoopgevend. Veel bewoners geven aan dat ze zich hier voor het eerst sinds lang weer mens voelen. Dat ze opnieuw het gevoel krijgen: ik doe ertoe.

Wat drijft jou persoonlijk in dit werk?

Ik geloof heel sterk dat iedereen een tweede kans verdient. Detentie moet meer zijn dan een straf. Het moet mensen helpen om zichzelf te herontdekken en hun plaats in de maatschappij terug te vinden. Dat vraagt een andere manier van denken, van werken, van investeren. Maar het is de moeite waard — voor de mensen in detentie, voor hun omgeving, en uiteindelijk voor ons allemaal.

Tot slot: wat is je droom voor de toekomst?

Mijn droom is dat detentiehuizen ooit de norm worden in België. Dat we afstappen van het gevangenisdenken en kiezen voor een menswaardig alternatief dat écht werkt. Dat er in elke provincie minstens één detentiehuis komt, voor verschillende doelgroepen: jongvolwassenen, moeders met kinderen, mensen met psychische kwetsbaarheden. En vooral: dat we als samenleving de moed hebben om te geloven in herstel.

Gerelateerde artikels