Interview met Pierre Cibambo, voorzitter Caritas Africa - Samen bouwen aan rechtvaardigheid vanuit lokale gemeenschappen
Wat betekent het vandaag om Caritas te zijn in een wereld vol ongelijkheid, klimaatuitdagingen en geopolitieke spanningen? Pierre Cibambo, voorzitter van Caritas Africa, deelt in dit interview, genomen tijdens de Caritas Africa Conferentie, zijn visie op de kracht van lokaal engagement, de uitdagingen van internationale afhankelijkheid en het belang van een Kerk die nabij is. Vanuit persoonlijke ervaringen en concrete voorbeelden schetst hij een hoopvol maar realistisch beeld: verandering begint klein—wanneer ieder van ons zijn deel doet.
Deze conferentie viert de 20e verjaardag van de encycliek Deus Caritas Est. Wat betekent deze encycliek voor u persoonlijk en in uw rol als voorzitter van Caritas Internationalis?
Pierre Cibambo, voorzitter Caritas Africa: "Deus Caritas Est is een onuitputtelijke bron voor mij, in mijn rol als voorzitter van Caritas Africa. Ze herinnert me eraan dat mijn taak kerkelijk en evangelisch is. En dat Caritas geen ngo is. Ik treed op namens een geloofsgemeenschap, geroepen om te getuigen over Gods liefde voor de meest kwetsbaren, zich inzettend voor rechtvaardigheid en naar het voorbeeld van Jezus."
Wat hoopt u te bereiken met deze conferentie?
Pierre: "Ik hoop dat deze conferentie de missie van Caritas op alle kerkelijke niveaus versterkt. Dit is geen opdracht voor een beperkte groep: wij zijn allemaal Caritas. Samen moeten we armoede, onwetendheid en onderdrukking blijven bestrijden. Tijdens de conferentie nemen we ook tijd om te vieren, want we moeten erkennen dat er al veel concrete acties worden ondernomen. Tegelijk moeten we ons afvragen: hoe bouwen we verder op wat er al is? Hoe kunnen we het nog beter doen?"
U opende de conferentie met de stelling: “Caritas kan alleen bestaan als ze geworteld is in lokale gemeenschappen.” Kunt u toelichten waar uw bijzondere gevoeligheid voor het idee van “parochiale Caritas” vandaan komt?
Pierre: "Dat is een vraag die me na aan het hart ligt. Mijn gevoeligheid voor het sociale en caritatieve werk van de Kerk gaat terug tot mijn kindertijd. In het dorp waar ik opgroeide, op zo’n 30 kilometer van Bukavu in de Democratische Republiek Congo, hielp mijn moeder samen met andere vrouwen de meest kwetsbaren. Ik zag bijvoorbeeld de praktijk van tontines, gemeenschappelijke fondsen voor microfinanciering.
Later werd ik priester en kreeg ik van de bisschop de opdracht een kleine parochie op te richten. Het waren de mensen daar die mij echt gevormd hebben. Ik had theologie gestudeerd, maar daar ontmoette ik eenvoudige, geëngageerde mensen die hun geloof concreet beleefden, in de liturgie, maar ook in hun concrete engagement. Met hen heb ik een kerk gebouwd.
Mijn parochiewerk duurde niet lang, want ik werd benoemd tot directeur van het Diocesane bureau voor ontwikkeling en sociale hulp. Er waren toen nog niet zoveel milieurampen, maar er was wel veel structurele armoede. Mensen organiseerden zich om kleine verbeteringen aan te brengen, bijvoorbeeld in de toegang tot drinkbaar water. Ik trok van parochie naar parochie om te luisteren naar noden en te kijken hoe ik kon ondersteunen.
Ik denk ook aan een anekdote van een professor theologie die ik ontmoette tijdens mijn studie aan de KU Leuven. Als missionaris in Tanzania had hij drinkwaterinstallaties geplaatst, maar de bevolking meldde meermaals dat ze stuk waren. Uiteindelijk bleek waarom: het waterpunt was vroeger een belangrijke sociale ontmoetingsplek, en die functie was verdwenen. De installaties werden daarom niet aanvaard.
Daaruit moeten we leren: eerst luisteren naar de noden, en geen liefdadigheidswerk doen om indruk te maken. Met een te interventionistische aanpak riskeren we nieuwe problemen of zelfs conflicten te creëren.
Een gelijkaardig voorbeeld zien we bij de internationale hulp aan vluchtelingen. Vaak heeft de lokale bevolking al hun schamele bezittingen al gedeeld met de vluchtelingen en hen opgenomen in hun huizen. Dan komt een externe actor een vluchtelingenkamp opslaan, zonder rekening te houden met die lokale bevolking. Ze bevreemden de bevolking dan van de vluchtelingen, wat soms lijdt tot nieuwe conflicten."
Wat zijn de belangrijkste uitdagingen waarmee Caritas Africa als organisatie wordt geconfronteerd?
Pierre: "Institutioneel blijven we een kwetsbare organisatie. Onze missie is om onze leden te ondersteunen en te versterken, zodat lokale Caritasorganisaties zich zelfstandig kunnen engageren in sociale structurele acties en snel kunnen reageren op noodsituaties. We willen hun veerkracht vergroten, zowel op vlak van infrastructuur, bescherming als werking.
Daarnaast proberen we standpunten bij te brengen en onjuiste structuren te veranderen. Toen ik directeur was in Bukavu, richtte ik in 1989 een Diocesane commissie voor recht en vrede op, omdat mensen hun rechten beter zouden kennen. Er was veel machtsmisbruik in de dorpen. Door lokale mensen op te leiden tot paralegals probeerden we daar een antwoord op te bieden.
We willen lokale Caritasorganisaties dus versterken op drie domeinen: noodhulp, nabijheid en sociale actie, en beleidsbeïnvloeding om de oorzaken van armoede en onderdrukking aan te pakken. Armoede is geen fataliteit.
Onze middelen blijven echter beperkt, en we zijn sterk afhankelijk van externe financiering. Dat maakt ons kwetsbaar, omdat donoren vaak mee bepalen hoe we werken. Daarom pleiten we voor een mentaliteitsverandering: meer lokale mobilisatie en meer autonomie. We mogen geen organisatie zijn die enkel de liefdadigheid van anderen beheert. Zelfs met beperkte middelen kunnen we zelf iets betekenen."
Afrika wordt gekenmerkt door een grote diversiteit. Zo zien we bijvoorbeeld een sterke groei van protestantse kerken. Hoe gaat Caritas met die verschillen om?
Pierre: "We kunnen die realiteit niet negeren. Armoede en onwetendheid maken mensen kwetsbaar voor bewegingen zoals de welvaartstheologie, die veel beloven maar weinig structureel veranderen. Dit fenomeen groeit sterk.
Overheden spelen niet altijd de rol die ze zouden moeten spelen bij het creëren van gunstige omstandigheden van hun bevolking. Er is nog veel werk. De grote inspanning die Caritas doet in de strijd tegen de ellende, de onwetendheid en de onderdrukking is daarom ook een antwoord dat we bieden op de groei van deze evangelische kerken. We moeten niet continue manoeuvreren tussen links en rechts, we willen niemand aanvallen op zijn handelen, maar het is door zelf actie te ondernemen dat we mensen willen overtuigen."
De aanwezigheid van China in Afrika neemt sterk toe. Hoe reageert Caritas op deze groeiende invloed?
Pierre: "China is sterk aanwezig in Afrika, onder meer via infrastructuur en de exploitatie van natuurlijke grondstoffen. Ze investeren in wegen en transport, wat hen aantrekkelijk maakt. Tegelijk mengen ze zich niet in kwesties zoals mensenrechten of het regeringsbeleid, wat hen onderscheid van vroegere kolonisten. Ze zoeken alleen om, liefst goedkoop, grondstoffen af te nemen. Maar wat we ons afvragen is of en hoe de Afrikaanse bevolking hier baat bij kan hebben. Zelfs als er hier inkomsten van zijn, blijft één van de grote problemen in Afrika de corruptie, voornamelijk bij de elite, die ervan houdt om inkomsten te verzamelen voor zichzelf en om de macht in eigen handen te houden. We zien niet onmiddellijk hoe we uit dit corrupte systeem kunnen ontsnappen."
Klimaatverandering leidt tot meer natuurrampen en migratiestromen. Hoe gaat Caritas om met deze uitdagingen, en welke rol ziet u voor de Kerk?
Pierre: "Klimaatverandering is een grote bedreiging. Caritas en de Kerk moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. We proberen in de eerste plaats levens te redden bij rampen, maar dat volstaat niet. Onze rol bestaat er voornamelijk in om de gemeenschappen te begeleiden die het meest zijn blootgesteld aan de klimaatopwarming en hen veerkrachtiger te maken.
Dat gebeurt via concrete acties zoals herbebossing, sensibilisering rond ontbossing en afvalbeheer, en het herdenken van ruimtelijke ordening. In Bukavu bijvoorbeeld heeft Caritas een project geïnitieerd waarbij huishoudelijk afval wordt verzameld, om te recycleren en er platen van te produceren voor de wegenbouw. Bovendien kunnen ze zo een klein aantal mensen tewerkstellen en dragen ze bij aan een beter milieu."
De oorlog in Noord-Afrika heeft ook gevolgen voor de rest van het continent, onder meer door stijgende prijzen. Hoe kijkt Caritas Africa naar deze situatie?
Pierre: "Er heerst veel bezorgdheid. Het voelt als een ramp die ons overkomt. We hopen vooral dat het conflict snel eindigt, want het verergert de toch al moeilijke levensomstandigheden van de bevolking. We mengen ons als Caritas niet in het politieke conflict maar zetten in op concrete acties van liefdadigheid."
Als voorzitter van Caritas Africa, waar bent u het meest trots op?
Pierre: "Tijdens deze conferentie zie je de energie, de vastberadenheid en de positieve ervaringen die gedeeld worden. Dat geeft hoop. We werken samen aan een gemeenschappelijke, synodale aanpak voor het beperken van ellende in en schade aan de wereld. Caritas, en dus de Kerk, moet daarin haar verantwoordelijkheid opnemen.
De aartsbisschop van Lomé verwoordde dit mooi met het verhaal van de kolibrie: Er was eens een brand die de natuur verwoestte. Alle dieren verzamelden en beraadslaagden wat ze konden doen. Zelfs de leeuwen wisten geen antwoord op de situatie. Een kolibrie vloog op en zette koers naar een waterplek, waar hij met zijn lange bekje wat water opzoog om dit vervolgens weer uit te spuwen boven het vuur. De leeuwen begonnen te lachen: 'Kolibrie, denk jij nu echt dat dit het vuur zal doven?'. De kolibrie antwoordde: 'Ik begrijp dat dit niet volstaat, maar ik doe mijn deel'.
Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, zijn we werkelijk in staat om enkele problemen de wereld uit te helpen."