Caritas Vlaanderen

Pastores in barre tijden: persoonlijk contact in tijden van het coronavirus

 
Wie beelden uit Italië gezien heeft,
weet dat mensen daar vaak alleen in de gang van het ziekenhuis sterven. 
Eenzaamheid, de afwezigheid van intimi in deze momenten is heel zwaar om dragen.

Pastores staan in pole position voor alle persoonlijk contact dat niet medisch georiënteerd is,
en nemen in zekere zin ook de plaats in van de familie om alle angsten, vragen, vertwijfeling, ... tegen te uiten.

Deze broodnodige, waardevolle, zinvolle, nuttige persoonsbetrokken nabijheid willen we hier voor het voetlicht plaatsen.

Beschikken pastores nog over de mogelijkheid om op een veilige manier de bewoners of patiënten nabij te zijn? De presentie en het luisterend oor dat zij bieden, nu familie niet meer op bezoek kan komen, is immers vandaag zo belangrijk voor de kwetsbare mensen in de zorginstelling. De dubbele boodschap, enerzijds jezelf als pastor te beschermen en anderzijds anderen op een veilige manier te benaderen, vraagt om een moeilijk evenwicht.

Uitstel, maar geen afstel (donderdag 7 mei)

"Momenteel zien we het aantal opgenomen coronapatiënten gelukkig gestaag afnemen. De gewone ziekenhuisactiviteiten hernemen langzaam, maar zeker. Over de versoepeling van de bezoekregeling wordt vandaag samengezeten, hoor ik in de wandelgangen.

In de late namiddag ben ik in een diep gesprek verwikkeld met een patiënt op de revalidatie-afdeling. Plots word ik uit m’n concentratie gebracht door een inkomende telefoon van een voor mij ongekend Gsm-nummer. Het blijkt een familievriend van de vrouw van L. die hier jaren geleden twee zware ingrepen onderging. L. werd zonet op spoed opgenomen met een bloeding aan z’n halsslagader. Zij zitten beiden op het terras bang te wachten op de vaatchirurg die van thuis werd opgeroepen. Ik werp van de vijfde verdieping een glimp door het raam en herken onmiddellijk de echtgenote van L., ijsberend rond een tafel.

Door de diepgang in het gesprek kan ik niet zomaar afronden en me naar beneden haasten. Als ik een half uurtje later in spoed aankom, tref ik drie mensen rond de brancard. Een verpleegkundige houdt continu druk op de bewuste slagader. Net voor L. naar het operatiekwartier wordt afgevoerd, geef ik hem nog een zegen. Eén van onze topdokters is ondertussen aangekomen en legt zijn strategie uit aan de echtgenote. Zij vraagt Gods zegen over zijn handen.

Op 1 april ontving ik van de echtgenote een mail met een claimend onderwerp: “dringend gebed gevraagd”. Haar 101-jarige moeder was die nacht thuis gevallen en in spoed met een heupbreuk in één van de E17-netwerkziekenhuizen opgenomen. In mijn antwoord pols ik of ik collega Ann van Waregem op de hoogte mag brengen. Het antwoord is uiteraard positief. Voor de echtgenote van L. is het een vorm van geruststelling, temeer omdat er geen bezoek welkom is.

Lang voor er sprake was van verplichte netwerkvorming, werd L. door de cardioloog van Kortrijk reeds doorverwezen naar ons ziekenhuis voor een dringende cardio-chirurgische ingreep. Een complicatie voegde daar amper een dag later jammer genoeg een vaatchirurgische operatie aan toe. Sindsdien volg ik hem bij iedere controle. L. reageert namelijk allergisch op de stent die toen in zijn halsslagader werd geplaatst. Zelf is hij tweemaal door het oog van de naald gekropen en wonderwel ongelooflijk gerecupereerd. Maar zijn hals is al een hele tijd opnieuw aan het ontsteken.

Antibiotica blijkt niet te helpen en daarom stelt de vaatchirurg een nieuwe ingreep voor. Daarvoor heeft hij echter een CT-scan nodig en die willen L. en zijn echtgenote liefst nierbesparend en graag ook dichter bij huis. Een aanvraag wordt geregeld in een ander netwerkziekenhuis. Maar daar steekt covid-19 een heuse stok tussen de wielen. De scan wordt verdaagd naar een niet nader genoemde datum en zo schuift de ingreep op de lange baan. Op een iets té lange baan wat L. betreft…

Ondertussen zijn we één week verder en heeft L. intensieve verlaten. De chirurg heeft hem gefeliciteerd met het vierde leven dat hem toelacht. Zijn bloeddruk blijft nog wat aan de hoge kant, maar hij toont ook nu weer een onevenaarbare veerkracht. Zijn 101-jarige schoonmoeder heeft deze week het ziekenhuis verlaten. In een kortverblijf zal ze hopelijk opnieuw aansterken, want haar gezondheid blijft zeer broos.

Zelf zien we hoopvol uit naar het naderende Pinksterfeest. We dromen om net zoals de apostelen terug uit ons kot te kunnen en ons te herenigen. Maar als we realistisch zijn, weten we nu al dat een verdere versoepeling stelselmatig zal gebeuren. Dat weerhoudt ons niet om mits de opgelegde beperkingen toch te blijven getuigen van een kracht die ons allen samenhoudt."

Philippe Bafort, pastor AZ Maria Middelares, Gent

Het is niet eenvoudig om de werking van 't Vlot voort te zetten, omdat de meeste vrijwilligers oudere mensen zijn die nu thuis moeten blijven. Maar gelukkig komen andere werkingen van het Antwerpse bisdom 't Vlot te hulp schieten. "Dit geeft moed en laat zien dat de Kerk verenigd is.", vindt Niek Everts. De ontmoetingen met de mensen worden dieper. Maatschappelijk werkers en daklozen voelen zich gelijker. De dak- en thuislozen zijn opgelucht om er nog mensen te vinden die zich om hen bekommeren. Ze worden gevraagd de handen te wassen en afstand te houden. Ze krijgen er een luisterend oor, koffie en gebak, en kunnen er zo nodig ook even uitrusten op een matras. "Persoonlijk heb ik mijn werk altijd al als een missie ervaren, maar wat nieuw is in deze coronatijd, is dat dit werk nu ook als 'essentieel' wordt erkend." Niek hoopt dat activiteiten zoals die van 't Vlot dan ook meer dan ooit in het hart van de Kerk staan, en niet in de marge.

Bron: vaticannews.va

Lees het volledige artikel op vaticannews.va

 

De opkomst van telepastoraal

Ann Vanhemel is pastor in het Ziekenhuis Oost-Limbug. Ze merkt veel eenzaamheid en existentiële pijn op bij de patiënten. Videogesprekken zijn niet evident voor de ouderen, maar wanneer het dan toch lukt, is het een emotioneel weerzien met de familie. Ann merkt een grote verbondenheid tussen de collega's, over de diensten heen. "Ik voel veel warmte en betrokkenheid, maar ook de dankbaarheid van de samenleving geeft energie.”

Ann Stevens en Madeleine Burghoorn zijn pastorale medewerkers in het Sint-Trudo Ziekenhuis in Sint-Truiden. De eerste weken was er geen bezoek aan coronapatiënten mogelijk. Maar het ziekenhuisbeleid werd bijgesteld. Indien de patiënt stervende is, kunnen maximum twee familieleden afscheid nemen, zo'n twintig minuten en zonder aanrakingen. Voor een rouwgebed kan je er in de ziekenhuiskapel terecht, eventueel met een digitale verbinding met de patiënt. Een lotgenotengroep lijkt nu meer dan ooit nodig.

Katrien Gijbels is één van de 4 pastores in het Jessa Ziekenhuis in Hasselt en Herk-de-Stad. "Op de afdelingen waar de coronapatiënten verblijven, worden we niet toegelaten. Die diensten staan we telefonisch bij. Voor hen werkten we een zegengebed uit dat verpleegkundigen bij de patiënt kunnen bidden.”, licht Katrien toe. Ook de zorgverleners vragen de nodige ondersteuning. Samen met een groep paramedici zetten de pastores zich in om hen psychologisch bij te staan. Daar kwamen ook praktische initiatieven uit voort: zo schreven ze kaartjes met een hartverwarmende boodschap naar alle verpleegafdelingen.

Bron: Kerkenleven.be 'Elkaar nabij zijn in afstand'

Lees het volledige artikel op kerkenleven.be

Aan de vuurlinie (zondag 26 april)

"Ondertussen werken we zes volle weken in coronatijd. Aanvankelijk werd bezoek van de pastorale dienst aan de COVID-19 afdelingen tot het absolute minimum beperkt. Twee psychologen doen namelijk dagelijks afwisselend de ronde en verwijzen in voorkomend geval door naar andere diensten patiëntenbegeleiding. Toch is een andere vorm van ondersteuning soms aangewezen. Emotionele noden worden vrij onmiddellijk door verpleegkundigen gedetecteerd, maar existentiële noden blijven vaak latent onder de oppervlakte.

Ik steek de voorbije weekdagen mijn hoofd zo goed als iedere dag op één of andere cohorte-afdeling binnen. Om een gegronde reden wel te verstaan, want zo eenvoudig wandel je daar niet naar binnen. Je moet je eerst aanmelden. Vervolgens in een sas met omkleedruimte het passende omlooppak aantrekken. Nadien het nodige beschermingsmateriaal aandoen, inclusief speciaal mondmasker, handschoenen en veiligheidsbril.

Voor ik de patiënt in kwestie met een bezoekje vereer, pols ik even bij de verpleging hoe zij het stellen. Het merendeel begint het zelfs wat gewoon te worden, hoe vreemd dit misschien mag klinken. De warmte van het werken met beschermende kledij nemen ze er bij.

Vorige zondag had ik ook al telefonisch gepolst op de diverse intensieve cohorte-units. Daar begon het werken met reeds wekenlang op hun buik geventileerde patiënten door te wegen. Zo gaf een verpleegkundige aan dat het moeilijk is om de familie alle hoop te ontnemen. Eénmaal het bij deze patiënten achteruit gaat, evolueert het vaak razendsnel in negatieve richting, de meedogenloze grens van de dood tegemoet. Het blijkt voor medewerkers aan de vuurline moeilijk om een evenwicht te vinden tussen een sprankeltje hoop bieden en de wanhoop die ze aan den lijve ondervinden.

Op de afdeling wandel ik na het begeleidingsgesprek en een korte briefing met de verantwoordelijke verpleegkundige terug naar de omkleedruimte. Net voor de ingang van de sas wacht er me nog een verpleegkundige op die haar verhaal even kwijt wil. Ze heeft het moeilijk met de snelle manier van afscheid nemen bij overleden COVID-19-patiënten en zou graag meer willen betekenen. Niet iedereen wordt het gewoon om in buitengewone omstandigheden dezelfde job te doen. Het blijft een roeping, het werken in de zorg. Van aan de zijlijn bekeken, bewonder ik ze nog meer dan voorheen: zij die in de vuurlinie staan en blijven zorgen met hun ziel!"

Philippe Bafort, pastor AZ Maria Middelares, Gent

"We moeten allemaal samen door het vuur"

Jan De Jaeghere is pastor in woonzorgcentrum Sint-Augustinus in Diest.

Er brak corona uit op de afdeling met bewoners met dementie. De besmette afdeling werd in quarantaine geplaatst en andere bewoners werden verplicht op hun afdeling te blijven.

De bewoners raken vereenzaamd en dat verzwakt hen ook fysiek. Ze zijn bezorgd, niet om hun eigen gezondheid, maar om die van hun kinderen en kleinkinderen. Ze snakken naar hoop op betere tijden. Jan hecht belang aan het onderhouden van gesprekken met de bewoners.

Wanneer een bewoner komt te overlijden, neemt de familie in beperkte kring afscheid. Jan zocht alternatieven voor een bezoek in apparte gesprekken en het schrijven van kaarten aan de familie.

Ook probeert Jan het personeel extra aandacht te geven. De medewerkers voelen zich machteloos wanneer een bewoner, met wie ze een band hebben opgebouwd, van de ene op de andere dag het leven laat door het virus.

Alleen frequente communicatie helpt om de zware periode door te komen, vindt Jan.

Bron: Vrt.nws 'Corona in een woonzorgcentrum: "Ze snakken hier naar beter nieuws'"

Lees het volledige artikel op vrt.nws

Kristien Henderickx is pastor in WZC De Vliet in Zele en in WZC Sint-Jozef in Moerzeke.

Ze geeft aan dat iedere zorgmedewerker aan een specifieke afdeling gekoppeld is, om de verspreiding van het virus te voorkomen. Hierdoor is het een uitdaging om ook met de andere mensen in verbinding te komen via allerlei kanalen. Dat lukt wel, meent ze, al is het met vallen en opstaan. Ze stelt zich dynamisch op, telkens er nieuwe coronapatiënten bij komen of de maatregelen veranderen.

Kristien hecht belang aan de interdisciplinaire samenwerking. Andere zorgverleners verwittigen haar wanneer iemand het moeilijk heeft. Via Skype tracht ze dan de mensen te begeleiden. Dat gaat maar, omdat ze voort kan bouwen op de contacten die ze eerder met de mensen had opgebouwd. De vertrouwensband was er al. Met stervende mensen verloopt de begeleiding moeilijker omdat ze niet altijd meer taalvaardig zijn, maar dan zingt ze bijvoorbeeld voor hen.

Bij de bewoners merkt Kristien een ongelooflijke veerkracht, ook al weegt de situatie op hen. Het is daarom belangrijk hen te ondersteunen, te verbinden, bv. Skype opzetten met de familie, en hen gerust te stellen. Ze probeert de mensen te helpen om woorden te vinden voor wat er gebeurt. Daarnaast probeert ze aandacht te geven aan mensen die geen of weinig afscheid konden nemen van hun geliefden.

Ook voor de zorgmedewerkers is het een heftige tijd. Ze voelen zich onzeker over hun aanpak en zijn bezorgd over hun gezondheid en het mogelijk besmetten van de bewoners. Kristien merkt op dat de zorgmedewerkers hun keuze voor de zorg niet in vraag stellen. Ze probeert ook hen zoveel mogelijk te ondersteunen.

Voor ondersteuning kunnen de pastores rekenen op een goed netwerk. De vicariaten houden ook regelmatiger contact met de pastores. Zelf kan Kristien ook rekenen op de steun van de teamcoach en directie van het WZC. Maar toch voelt ze veel onmacht en verdriet, omdat ze niet bij de meest kwetsbare bewoners kan komen. Daarom is het zo belangrijk om interdisciplinair samen te werken. En gelukkig vindt die samenwerking ook in alle richtingen daadwerkelijk plaats, besluit Kristien.

Bron: MagaZijn: "Geen enkele medewerker stelt zijn keuze voor zorg au fond in vraag" 

Lees hier het volledige artikel op MagaZijn.community

Social distancing (vrijdag 17 april)

"G. ligt vandaag precies veertien volle dagen in het ziekenhuis. Een hersenbloeding heeft zijn linker lichaamshelft volledig verlamd. Dertien jaren geleden heeft hij hetzelfde lot ondergaan, maar is toen wonderwel gerecupereerd. Om dit in zijn 92ste levensjaar opnieuw te moeten doorstaan, is niet te onderschatten. Een assistent neurologie vraagt om te checken of de patiënt emotioneel in staat is om met zijn familie te videobellen. Mijn kennismaking doet me vermoeden van wel. Hij toont zich namelijk kranig, maar barst in tranen uit bij het zien van zijn trouwe vrouw. Zijn snikken wordt zelfs hartverscheurend als hij één van zijn kinderen onder ogen krijgt. Moeilijk, die social distancing…

Ondertussen volg ik G. tijdens zijn bewogen verblijf verder en bellen we op ouderwetse wijze zo goed als dagelijks met vrouw en dochter. Omdat de neurologie-afdeling diende ontruimd te worden, belandde hij op een andere afdeling. Even later wekte zijn kortademigheid een coronavermoeden. Een verblijf in de bufferafdeling en twee tests en scans later, verhuist hij opnieuw richting neurologie. En zo begint G. aan een lange weg richting revalidatie. Mijn eerste vermoeden wordt bewaarheid: het is een voor zijn leeftijd ongelooflijk kranige man."

Philippe Bafort, pastor AZ Maria Middelares, Gent

Droge zalving (donderdag 16 april)

"Net op de valreep van mijn diensturen krijg ik een telefoontje van één van onze cohorte-afdelingen. Of het mogelijk is om nog een afscheidsritueel te doen bij een stervende covid-19 patiënt. Zijn door het niemand ontziende virus besmette vrouw is jammer genoeg ook opgenomen en ze delen gelukkig dezelfde kamer. Zelf wordt M. voor zijn lichamelijk comfort gesedeerd, maar zijn vrouw geeft aan dat ze beiden heel gelovig zijn. Morgen vieren ze hun 61ste huwelijksverjaardag. Ik vraag me af of hij de ochtend nog haalt…

Tijdens het gebed vraagt ze waar de olie blijft. Ik wimpel haar vraag aanvankelijk wat weg door haar uit te nodigen om haar handen boven het lichaam van haar geliefde te strekken. Zelfs een handoplegging is in deze omstandigheden niet vanzelfsprekend. Uiteindelijk sluit ik het ritueel af met de gebruikelijke zegen. Ook dat wringt. Een kruis maken zonder het lichaam aan te raken. Het voelt allemaal zo afstandelijk voor een God die nu toch nabij zou moeten zijn.

De vrouw zelf is dankbaar voor het gebed, maar zoals verwacht, mist ze het heilig oliesel. Meestal probeer ik de vraag te ontwijken. In uitzonderlijke gevallen verwijs ik door naar onze 81-jarige aalmoezenier. Maar die krijgt in deze barre tijden geen toegang tot het ziekenhuis omwille van het te grote persoonlijke risico. Ik grijp dan maar deze crisis aan om me te verontschuldigen. Omdat we het lichaam niet mogen aanraken, spreken we van een droge zalving."

Philippe Bafort, pastor AZ Maria Middelares, Gent

Quarantaine (goede vrijdag 10 april)

"Toevallig ben ik op het bureau aanwezig wanneer op 3 maart de echtgenote van F. langsloopt. Haar man werd jaren geleden in het ziekenhuis opgenomen na een val met een subduraal hematoom als gevolg. Zijn toestand was aanvankelijk kritiek, maar toch slaagde hij erin om traag maar moeizaam te herstellen. Sporadisch hebben we contact en omdat ze vandaag zelf op consult moest, stapt ze het pastorale dienstlokaal binnen. We wisselen nieuwtjes en hebben het uiteraard over de quarantainemaatregelen die stilaan het wereldnieuws veroveren. “Veertien dagen afzondering kan je toch bezwaarlijk een quarantaine noemen, een quinzaine dekt beter de lading.” verzucht ze. Ons gesprek dwaalt af naar de vasten, van een echte veertigdagentijd gesproken. Graag nodig ik hen beiden uit op onze traditionele Paasviering op Paasmaandag.

Geen quinzaine later ligt het hele land plat en ondergaan ziekenhuizen een heuse make-over. Maar meer nog dan de transformatie treft mij vooral de ongelooflijke flexibiliteit die alle medewerkers in de zorg aan de dag leggen.

Op het einde van de veertigdagentijd zoek ik telefonisch contact met F. en zijn echtgenote. Gelukkig verkeren ze beiden in goede gezondheid. Ze houden zich strikt aan de ophokplicht. Dat de Paasviering ook hier niet doorgaat, is uiteraard vanzelfsprekend. Toch wens ik hen een hoopvol Paasfeest toe. In mijn achterhoofd vrees ik echter dat de quarantaine langer dan veertig dagen zal duren…""

Philippe Bafort, pastor AZ Maria Middelares, Gent

Zielzorg is als monumentenzorg

"Zorg. De definitie van zorg wordt als volgt omschreven:

'Wat je doet voor iets dat of iemand die hulp of aandacht nodig heeft.
Voorbeelden:  `Mijn grootvader heeft zorg nodig.`, `bejaardenzorg`, `thuiszorg`, `monumentenzorg`, `veel zorg besteden aan`.' (bron: woorden.org)

Je kan net zoals in het voorbeeld monumentenzorg vergelijken met zielzorg. Zoals een monument fysieke zorg nodig heeft om het niet te laten verloederen, is het ook best belangrijk om de betekenis achter het monument te blijven verzorgen. Zo treedt de emotionele waarde van het monument naar voor. Dit geldt ook zo voor een mens. Fysieke zorg en geestelijke zorg; zorg voor de gehele persoon.

De rol van pastor en spiritueel begeleider is in Vlaanderen (België) niet erkend. Voorzieningen krijgen geen subsidies en het is een bewuste keuze van een voorziening wanneer deze kiezen om een pastor* aan te stellen.

Wanneer ik kijk naar mijn eigen werkveld en voorziening worden wij als pastor op handen gedragen. Zowel personeel, bewoners, als externen weten: “Bij hem kan je terecht” (of dat probeer ik toch uit te stralen). Het is anders dan een psycholoog of therapeut die onderzoekt en je tools aanreikt om verder te gaan. De pastor gaat, anders dan een psycholoog, vanuit de liefde voor de mens naar de persoon toe. Alles mag en niets moet is mijn motto. Mijn wens is samen een stukje levensweg te mogen bewandelen, lief en leed te delen en een luisterend oor te zijn voor de vragen van bewoners** en wat er omgaat in het hart. Anders dan bij een psycholoog is dat ik ook mensen zelf probeer te laten verwoorden wat in hen omgaat en welke richting ze uit willen met hun leven. Ook al weet ik al na 1 gesprek wat het probleem is, we gaan samen op weg en we komen samen tot woorden, emoties, plannen, …

In een tijd waarbij iedereen brand schreeuwt dat er te weinig personeel werkt in de zorgsector en velen het een onderbetaalde en zware job vinden zijn juist deze zorgverleners nog eens “belast” met de menselijke kant van het leven van hun bewoners naast de fysieke zorg. Velen hebben hier geen, of minimale tijd voor, om eens 5 minuutjes aan het bed te zitten en te horen hoe het gaat vandaag met die welbepaalde bewoner. Zorgverleners voelen zich tekortschieten en wanneer een voorziening dan een pastor in huis heeft kunnen zij, indien nodig, doorverwijzen. Het geeft ruimte.

In deze corona-crisis voel je des te meer dat zorgverleners nodig zijn en… onderbemand. Zij kunnen naast de fysieke zorg die zij vandaag moeten geven zeker geen tijd maken om nog eens in te staan voor de zinzorg bij hun bewoners. Nu er geen familie mag aanwezig zijn in voorzieningen vallen de bewoners nog meer terug op hun 2e familie: de zorgverleners. Nu zie je ook dat een pastor in de voorziening een heel grote meerwaarde is voor de bewoners. Bewoners zitten met angstgevoelens zoals: “zullen zij mij nog helpen in het ziekenhuis wanneer ik Covid-positief ben” of “ik denk dat dit virus bewust de wereld is ingestuurd om ons ouderen te doen sterven, wij kosten de maatschappij teveel”. Maar ook de andere ‘dagdagelijkse’ gevoelens en gedachten blijven, zoals: “Ik heb spijt van iets in mijn leven die ik graag nog zou goedmaken met een desbetreffend familielid. Ik hoop dat ik nog de kans krijg om dit na de crisis goed te maken.” Ik ga ook een geloofsgesprek aan met bewoners die daarvoor open staan of dat ook wensen.

Ik schrijf dit opiniestuk net in de Goede Week. De liturgische week bij uitstek van het jaar. Ik merk dat er veel vraag is naar priesters, pastores, spiritueel begeleiders toe om voorzieningen te helpen bij een liturgisch/geestelijk aanbod tijdens deze Goede Week en voor tijdens de gehele corona-crisis.

Brieven vol tips worden verstuurd om zowel bewoners, patiënten, als medewerkers te helpen bij het nabij zijn, erkennen in hun angst, een luisterend oor te bieden, enzovoort…. Net DAAR maken voorzieningen die een pastor in dienst hebben het hele jaar een verschil en niet alleen nu tijdens deze corona-crisis. Wij blijven aanwezig in de voorziening.

Als politici momenteel stil staan bij het feit dat er meer moet worden geïnvesteerd in de zorgsector, wees dan even ruimdenkend en sta er alstublieft bij stil dat er moet geïnvesteerd worden in de zorgsector voor de gehele persoon. Een erkenning van het beroep van pastor/spiritueel begeleider zou hierbij een eerste stap kunnen zijn. Dit kan tevens een aanzet zijn voor voorzieningen om iemand in dienst te nemen, die vrijgesteld is als een tochtgenoot voor bewoners, patiënten, medewerkers, familie, vrijwilligers, …

Wat mij betreft geen overbodige luxe.

Hartelijke groeten en veel moed aan allen tijdens deze bizarre tijden."

Jens Van Wesemael, pastor Sint-Rafaël Liedekerke binnen vzw Zorg-saam Zusters Kindsheid Jesu.

* Pastores, zielzorgers, spiritueel begeleiders, …
** Bewoners, patiënten, gasten …

Ademruimte

"Sinds de lockdown kunnen we de knusse huiskamer van 't Vlot niet open stellen. Gelukkig mogen we als alternatief de grote Heilig Hartkerk open zetten. Extra ruimte. Een ruimte die elke bezoeker in een sfeer van sacraliteit brengt. Gelovig of ongelovig, hoopvol of wanhopig gestemd,...het gebouw omarmt en geeft plaats aan mensen onderweg. Er klinkt het verhaal van de dakloze man die in een put gevallen was en de ex-dakloze die hem eruit haalde. Van de dakloze man die in de nachtopvang slaapt en zich grote zorgen maakt over de erg verkleumde parkeergarageslaper. Van de man zonder wettig verblijf wiens informele circuit weggevallen is en die zich meer dan ooit zorgen maakt over de toekomst. Er worden vers gebakken koekjes gebracht. En doosjes met porties pasta. En een meer dan bemoedigende brief voor iedereen van een vrijwilligster die in haar kot moet blijven. Er is een man die alle kaarsen die hij in de kerk kan vinden wil aansteken. Het lijkt wel een smeekbede om iedereen, maar dan ook iedereen in het licht te zetten. Een aangrijpende open kerk. Even wat ademruimte in een wereld die velen de adem ontneemt."

Niek Everts, 't Vlot

Piet Capoen is pastor in de parochie Machelen Sint-Gertrudis.

"Pastor zijn

Je zal maar pastor zijn
in deze tijd van corona,

afstand bewaren,
geen omhelzing,
geen aanraking,
gesloten deuren,
smetvrees,

terwijl je Jezus achterna
net mensen wilt raken
in het geborgene van hun hart,
wilt thuiskomen
in warme nabijheid,

het verhaal van de goede herder
lijkt onhaalbaar,
het verhaal van de barmhartige Samaritaan
dwingt me in een boog
om mensen heen te lopen,
laat de doden hun doden  begraven
klinkt zo actueel,
mensen bijeen brengen kan niet,

geen gemeenschap,
isolement is zo voelbaar nu,
kluizenaar voor even,
pastor alleen,
één en verbonden
op een diepere wijze,

een woord bij het raam,
een zwaaiende hand,
een nieuwe band groeit,
innig en zuiver,
zonder woord, zonder aanraking,
maar het raakt
dieper dan ooit tevoren."

(©capoenpiet)

 

Piet Capoen: "Pastor zijn in deze dagen van corona is geen evidentie. In normale omstandigheden leven we tussen de mensen, delend in hun vreugde en verdriet, delend in hun zekerheid en aarzeling, delend van de hoop en het geloof dat ons doet leven.

Geen contact, geen schoudertik, geen vieringen, ook niet in de parochie: de pastor heeft niets te doen, hoor je zeggen. Niets is minder waar! Mijn aanwezigheid in het Woonzorgcentrum Floordam te Melsbroek is een hart onder de riem voor bewoners en personeel. Enkel maar aanwezig zijn, wordt bewonderd en geeft anderen moed. De pastor laat haar/zijn mensen niet in de steek. Ik ben geen huurling, maar een herder. Ergens straal ik, onbewust, uit dat er een tijd zal komen waar alles weer ok is. Zonder veel woord, zonder veel symbool, enkel maar nabijheid. Dit geeft mensen moed en doet de zon vermoeden achter de wolken vandaan.

Concreet sta ik bij de venster van mensen en laat hen zo zien dat ze niet alleen zijn. De vieringen in de kapel worden uitgezonden op de kamer van mensen. Hoe mooi is de vraag van mensen: ‘Kunnen we samen bidden’.  Ja, je voelt een nieuwe vorm van verbondenheid, zoals het kind dat weet dat moeder in de kamer ernaast is.

De quarantaine is niet zozeer een begrenzing, maar ruimte om op een nieuwe wijze toe te groeien naar Pasen. De Goede Week zal dit jaar anders zijn: geen gemeenschap zoals anders. Wel een nieuw samen zijn door op hetzelfde uur dezelfde powerpoint te bekijken via het intern kanaal.

Pastor zijn in deze moeilijke tijd is Jezus volgen: radicaal en tenvolle."

"Ik mag voorlopig nog op de werkvloer komen. Het zou kunnen dat ik binnenkort nog maar op één van de vier afdelingen mag komen. Mijn werkdagen zijn totaal anders dan anders. Ik word ingeschakeld om bewoners in contact te brengen met hun familie, via telefoon of skype. Verbinding maken, letterlijk, vind ik een erg christelijke bezigheid.

Ik geef mensen eten. De meeste bewoners blijven nu op hun kamer, dus er zijn meer helpende handen nodig. Ook deze opdracht brengt me - ondanks deze vreemde situatie - nog dichter bij onze bewoners. We praten ondertussen een beetje. Het voelt zo zinvol aan allemaal.

Eén van onze bewoners groette vanop het balkon zijn dochter. Hij werd emotioneel en ik kreeg ook heel even tranen in mijn ogen. Ik denk nu zelf aan de mensen die ik niet kan bezoeken, zoals mijn ouders en schoonouders. Ik ben een beetje bang voor de toekomst en ik ben verdrietig. Door mijn gevoelens thuis aandacht te geven, te erkennen en te laten zijn, kan ik verder werken. Ik kan bewoners moed inspreken en ik meen het als ik zeg dat we samen door deze crisis heen zullen geraken.

Onze bewoners zijn vaak zo’n sterke mensen. Ze zijn een portie 'alleen zijn' gewend. Ik mag zoveel van hen ontvangen. Ik mag hen bemoedigen en zij bemoedigen ons. Gisteren heb ik een bewoner de ziekenzegen gegeven. De familie was aanwezig en was zo dankbaar naar haar toe. Deze dame wees naar het kruisbeeld aan de muur toen ik vroeg waar ze haar kracht vandaan haalde. In het kerkje waar ik woon, staat binnenin hetzelfde geschreven: ‘Ave crux, spes unica’. (Gegroet o kruis, onze enige hoop). Ik put er ook kracht uit."

Pastoraal werker Karolien Helsen, pastor in Woon- en zorgcentrum Ter Burg , Nossegem

’t Vlot organiseert sinds 2002 dagopvang en straatpastoraal in Antwerpen. Het doelpubliek zijn dak- en thuislozen, waaronder drugsverslaafden, maar ook ruimer: mensen die op de dool zijn.

Niek Everts, pastoraal werker en coördinator van ’t Vlot getuigt:

"Tijdens deze periode van maatregelen tegen het coronavirus blijven we onze dienstverlening verder verstrekken. We (de drie pastorale werkers) blijven aanwezig in de  pastorie en zetten in plaats van de huiskamer het kerkgebouw (naast onze locatie) open voor bezoekers. We hebben aan de vrijwilligers gevraagd om thuis te blijven en aan collega’s pastores om ons te komen versterken. Maximum 20 mensen mogen tegelijk binnen. Tijdens de twee openingsdagen kwamen er vorige week telkens een dertigtal dak- en thuislozen langs.

Deze week organiseerde ik samen met pastoraal werker Saskia een begrafenis voor Musa*. Niemand kon komen. Musa uit Sierra Leone was hier in Antwerpen gestrand en had veel trauma’s opgelopen. Hij is uiteindelijk altijd op straat gebleven, hij heeft er diabetes opgelopen. Zijn tenen werden afgezet, wat later ook zijn been. Hij werd wel goed verzorgd in Free Clinic en in het Stuivenbergziekenhuis, maar daarnaast was er niemand. Hij was drugsverslaafd, een bedelaar. Hij had een sterke overredingsdrang en werd daarom gemeden. Wanneer hij overleed, konden de mensen die hem nog wel omringd hadden vanuit die diensten, omwille van de maatregelen rond het coronavirus, niet komen. Alleen Saskia en ik waren er om hem zijn laatste afscheid te geven."

* Fictieve naam

Niek Everts, pastor in de parochie Heilig Hart in Antwerpen

"Over samen zijn met twee of drie en over het delen van vissen

Thuis blijven als je met dakloze mensen werkt, is verdomd lastig. Het werk roept en knaagt. Voortdurend creatief zoeken wat je wel kan en mag blijven doen.
Ik had mezelf gisteren toch maar op een dagje 'gezinspresentie' gezet. Ook zij roepen en knagen.

Toen ik in de late namiddag mezelf ging uitlaten - met een volle Caddy naar de glascontainer - waren zowat de enige mensen die ik tegen kwam onze dakloze medeburgers. Als ik pratend met een van hen door het station liep, kwam ik er velen tegen. Jawel, er zijn meerdere daklozencentra open, ook overdag, ook op zaterdag. Collega's geven er met man en macht het beste van zichzelf. Maar elke bezoeker mag maar heel even binnen en blijft de rest van de dag aangewezen op de straat. Rondjes lopen. Ik heb ettelijke rondjes mee gelopen gisteren. Op twee meter afstand. Bevreemdend.

Op weg naar huis riep de vriendelijke dame van de viswinkel me binnen, omdat ze de overschotten van haar visschotels aan dakloze mensen wilde geven. Een 20-tal kant-en-klaarmaaltijden. Ik ben met een volle Caddy netjes verpakte visjes weer het station ingetrokken en weer rondjes gaan lopen. Intussen een aantal hongerigen bediend. Bevreemdend. Op een bepaald moment stond ik met twee van hen te praten, twee meter afstand tussen elk van ons, toen twee politiemannen kwamen. We mochten maximum met twee samen staan praten. Met drie, dat is samenscholing. De mannen namen het direct voor mij op :-). 'Zij is van de kerk en zorgt voor dakloze mensen. Wij zijn hier omdat we geen andere plek hebben om te zijn'. De politiemannen zijn super vriendelijk gebleven maar vroegen ons wel om uit elkaar te gaan. Bevreemdend. Zoveel medeburgers die toch niet anders kunnen nu dan heel de dag op straat rondlopen en onopvallend onzichtbaar proberen te blijven. Gelukkig scheen de zon."

Verrassend verschijn je
waar ik je niet verwacht
niet in de vreugde
van het vertrouwde samenzijn,
maar in de pijn
van afstand en afscheid.

Ook daar leer ik je kennen,
hetzelfde geschenk
van grenzeloze nabijheid
anders nochtans,
op nieuwe wijze gegeven
en ... ontvangen.

(©Jacques Haers SJ)

Jacques Haers is docent binnen de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen, en hoofd van de Universitaire Parochie van de KU Leuven.

De Universitaire Parochie heeft verschillende alternatieve middelen gevonden om mensen te bereiken in deze periode van corona. Zij verspreidt vastentips via Facebook, onderhoudt telefoonpermanentie voor wie nood heeft aan een babbel en zet haar homilieën online. Vieringen kunnen dan weer via YouTube gevolgd worden en dagelijkse bezinningen staan digitaal beschikbaar. Neem zeker eens een kijkje op de website van de Universitaire Parochie.

Josefien Verhelst combineert haar functie als jongerenpastor bij IJD Brussel met zorgpastoraal in woonzorgcentrum Westervier.

"Alles is als normaal. Alleen zijn er geen vrijwilligers die rond 9 uur komen vragen wie er naar de eucharistieviering wil, snijden we niet samen de fruitsla voor 's namiddags en is er geen familielid dat eens binnenspringt. Maar een videogesprek of kort telefoontje hoe het met hen gaat, doet ook al zo veel deugd. Veel bewoners kunnen dit niet alleen, maar gelukkig helpen alle collega's. Die collega's, dat zijn ook de medewerkers van centrum voor dagverblijf Sparke Viers, die bij ons komen inspringen.

Ook kaartjes en tekeningen komen onze richting uit. In de living wordt er volop getekend en gebreid. Intussen komt het bericht binnen van een school die vraagt wat zij nog voor ons kunnen betekenen met de kinderen die in de opvang zitten, en zo beloven ze om handgeschreven brieven en zelfgemaakte quizzen naar ons te sturen. Wie geen zin heeft in dit alles, kan beroep doen op individuele verwennerij: haar laten brushen, nagels laten lakken, ... . Allemaal door diezelfde zorgkundigen, verpleegkundigen, logistiek medewerkers, mensen van het woon- en leefteam, kinesisten en keukenmedewerkers die dit doen bovenop de taken die ze altijd al doen. Tja, misschien is alles net wat minder normaal, maar we zijn nog met genoeg om het net wel vol te houden."

Lees het volledige interview op Kerknet.be

Adviezen van pastores aan pastores om zinvol verbonden te blijven in tijden van corona

Caritas Vlaanderen biedt met deze webpagina een forum aan pastores in de zorg en de diaconie. De inhoud van de boodschap blijft de verantwoordelijkheid van de auteur.