In het kort 

  • Drie Lokale Opvang Initiatieven in Wommelgem en Wijnegem, en één huis in Borsbeek 
  • Begeleiding van Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen en van jongvolwassenen met Begeleid Zelfstandig Wonen.  
  • Begeleiding van jongeren tussen 18 en 25 jaar met een psychiatrische achtergrond 
  • Uitbater van een vakantiehuis voor minder begoeden in Chimay 

Een beetje geschiedenis 

Guy Mennen is hogeschoolpastoor aan de Karel de Grote Hogeschool (KdG). Hij vertelt ons: “In 1986 was ik, samen met twee vrienden vanuit de Chiro, geraakt door het verhaal van enkele jongeren die in het Gentse Centraal Station sliepen. We vroegen ons af of we voor hen niets konden betekenen. Vanuit die gedachte richten we ‘Taalfabet’ op: we bieden jongeren, die er nood aan hebben, een ‘tafel’ en ‘bed’. Je hoort er ook ‘alfabet’ in: een plek waar je van a tot z eens alles op een rijtje kan zetten. En ‘taal’: we willen een steun zijn in het verwoorden van hun gevoelens. We zijn met z’n drieën gaan samenwonen en daar zijn steeds maar mensen bijgekomen. Roel Van Geel woont hier nog steeds met zijn gezin, en Peer zit nog steeds in de Raad van Bestuur. 

In januari 1992 werd Taalfabet vzw erkend in het decreet Algemeen Welzijnswerk. In april 1995 moesten we overschakelen naar polyvalente centra. We vormden dan Taalfabet Sint-Andries, waar we jongeren opvingen. In januari 2000 vielen de polyvalente centra weer weg. Samen met drie partners, namelijk Caritas, de Mutsaert en Sint-Andries vormden we dan het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) De Mare. In januari 2014 fuseerde deze CAW samen met andere CAW’s in Antwerpen tot CAW Antwerpen. Taalfabet is sindsdien een onderdeel van het CAW Antwerpen.” 

Actuele werking 

Guy: “We coördineren bij Taalfabet vier LOI’s (Lokale Opvanginitiatieven). We bieden ‘tafel en bed’ aan vluchtelingen tijdens hun asielprocedure. Het gaat om gemeubelde woningen met de nodige faciliteiten, zodat de asielzoekers zelf kunnen zorgen voor hun dagelijkse basisbehoeften. We werken samen met het OCMW, CAW en Fedasil voor de sociale en medische begeleiding van de bewoners. 

In een Lokaal Opvanginitiatief (LOI) in Wijnegem en twee LOI’s te Wommelgem begeleiden we Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen. In ons huis in Borsbeek werken we samen met vzw De Link. We vangen er jongeren op tussen 18 en 25 jaar, die een psychiatrische instelling hebben verlaten, maar die nog niet onmiddellijk ergens terecht kunnen. Daarnaast baten we ook een vakantiehuis in Chimay uit. Dit huis staat open voor mensen die minder begoed zijn, maar ook het Rode Kruis en enkele OCMW’s doen er beroep op.  

Taalfabet valt uiteen in twee juridische rechtspersoonlijkheden. De vzw Taalfabet Patrimonium beheert de huizen in Wijnegem, Wommelgem, Borsbeek en Chimay. De tweede rechtspersoon, Taalfabet vzw, is inhoudelijk: de sociale begeleiding van de jongeren. 

Taalfabet vangt momenteel 11 minderjarige jongeren op. Hiervoor worden we ondersteund door Fedasil. De mensen die bij ons uitstromen, kunnen indien nodig terecht bij nog 8 plaatsen voor Begeleid Zelfstandig Wonen bij ons, wat mee gedragen wordt door het CAW. 

We steunen op een 350-tal vrijwilligers die geld ophalen voor onze werking. Zij doen bijvoorbeeld de backstage security op Werchter Classic, de security in het Sportpaleis, ze baten een toog uit in de Lotto-Arena en in het Sportpaleis, … Dat hebben we vooral te danken aan een vzw van studenten regentaat aan de Karel de Grote Hogeschool die in het Sportpaleis een toog hadden. Zij deden dat om in hun studentenkring nog meer pinten te kunnen drinken, maar in 1990 zochten ze een sociaal doel. Na een gesprek, kozen ze ons uit. In 1993 studeerden zij af, maar ze zijn nog steeds onze vrijwilligerskerngroep. 

Daarnaast hebben we vrijwilligers die rechtstreeks met onze doelgroep werken. Ze geven huiswerkbegeleiding of organiseren lessen Nederlands. Eén keer per jaar brengen we alle vrijwilligers samen op het Kerstfeest. Zij mogen dan op voorhand doorgeven wat ze wensen voor de jongeren die ze begeleiden: een rugzak, een wekkerradio, een jas, …. De lijst wordt dan uitgehangen in de parochie en mensen mogen hiervoor schenken. De pastoor, een dominicaan, betaalt het overgeblevene.” 

Guy: “We kunnen bovendien rekenen op enkele service clubs om samen regelmatig activiteiten te voorzien voor de jongeren. We willen niet dat zij ons louter financieel zouden ondersteunen. We wensen dat ze onze jongeren leren kennen. Wanneer ze zelf ervaren hoe de jongeren zijn door er activiteiten mee te doen, bieden ze soms een vakantiejob aan, regulier werk, een appartement om te huren, goede tweedehandsmeubelen enzovoort. We nodigen hen ook uit op het Kerstfeest, samen met de vrijwilligers. Het biedt hen de mogelijkheid een andere leefwereld te ontdekken.” Roel: “De bedrijfsleiders kunnen zich moeilijk het leven van onze jongeren inbeelden. Ze kunnen er amper bij. Het is dan ook fijn om zo’n gesprekken te kunnen voeren.” Guy: “Soms leidt dat tot hilariteit: François* zat naast Tom* van de Rotary Club. Tom bestelde een steak haché. Waarop François zei: ‘Meneer, die steak die u gaat eten, is die al gegeten geweest?’ Hij kreeg plots tal van verwonderde blikken (lacht).” 

Guy: “Sommige van onze jongeren zitten in de Chiro en/of in de plaatselijke voetbalclub. Wanneer een jongere hier vertrekt om op zijn eigen benen te staan, is hij/zij daar wel blijvend geïntegreerd. Het is daarom veel interessanter om hen te integreren in het bestaande jeugdwerk, dan om zelf activiteiten, die alleen voor hen bedoeld zijn, te voorzien.  

In ons huis in Wijnegem proberen we gezinshereniging mogelijk te maken. Er is geen erkenningscategorie hiervoor. Dit wordt niet gesubsidieerd. Toch vinden we het zo belangrijk voor een jongere die alleen naar hier is gevlucht, om zich te kunnen herenigen met zijn vader en/of moeder of een ander overlevend familielid. We blijven positief kiezen voor vluchtelingen, vanuit onze spiritualiteit. Wie zijn de meest kwetsbaren in onze samenleving? Wie heeft de meeste zorg nodig? Zeker wanneer ze minderjarig zijn… 

Wanneer ze bij ons terechtkomen, is hun erkenningsaanvraag soms al verknoeid. Vaak hebben ze gelogen in hun procedure. Wanneer ze dan bij ons komen, raden we hen aan eerlijk te zijn en proberen we een tweede aanvraag. Soms krijgen ze dan alsnog een erkenning. Met de hulp van Caritas International.be bieden we de jongeren ook de mogelijkheid van vrijwillige terugkeer. Sommige van onze jongeren verblijven hier zonder papieren, omdat ze niet erkend werden, omdat ze uitgeprocedeerd zijn, maar tegelijk ook niet legaal kunnen worden teruggezonden naar hun land van origine, omdat het daar oorlog is, of omdat die gebieden zo aangeduid zijn door de Europese Unie. Voor deze ‘onverwijderbaren’ zorgen wij ook.  

De grootste groep jongeren hier heeft al een erkenning op zak. Ze mogen hun schooljaar uitdoen in het LOI. Dat is niet zo evident, wanneer ze in de loop van het schooljaar al 18 jaar zijn geworden. Daarna laten we hen Begeleid Zelfstandig Wonen. We willen hen nog even begeleiden, opdat ze hun opleiding volledig kunnen afronden. Want wanneer ze op straat komen te staan, is het nog moeilijk om een opleiding te kunnen voltooien. 

Meestal slagen ze erin snel werk te vinden. Wanneer ze voor hun opleiding een stage doen, komen de stagebegeleiders vaak nog voor hun afstuderen al aan de deur, om te vragen of ze niet bij hen komen werken. De jongeren gaan meestal voor een technisch opleiding: tuinbouw, automechanica, elektronica, loodgieterij en chauffage, schrijnwerkerij, wegenbouw, … .” 

Guy: “Sommige jongens hebben tijdens hun vlucht dingen meegemaakt. Hun verhaal is subjectief: je kan hun verhaal niet aan de waarheid toetsen, maar toch valt niet te ontkennen dat ze vaak veel hebben meegemaakt, dat ze vrienden zijn verloren, dat ze emotioneel erg kwetsbaar zijn geworden. Niemand vertrouwen, onderhandelen en afgeperst worden, bedreigd worden tot afpersing van de familie, in de prostitutie terecht komen, … het zijn maar enkele van de verhalen die we te horen krijgen. Ze hebben een liefdevolle opvoeding gemist waarin ze levenslessen meekregen, ze missen het vertrouwen in mensen, ze komen in een heel andere samenleving terecht en moeten daarnaast ook het verlies van hun ouders verwerken. Hoe groter het trauma van het vluchten is of van de oorlogssituatie van waaruit ze komen, hoe moeilijker ze het hebben om alles op een rijtje te kunnen zetten. Er wordt dan van hen verwacht dat ze in snel tempo Nederlands leren en een opleiding volgen, maar hun trauma weegt tegelijk nog door.” Roel: “Kijk maar naar het vluchtelingenkamp op het eiland Lesbos. Wat die mensen daar meemaken is verschrikkelijk en zij zijn nog niet eens aan het einde van hun vlucht. Zij moeten nog tot hier geraken. Zij brengen tal van trauma’s mee. Op een gegeven moment kraakt zo iemand. Dat is zelfs niet op te lossen met de beste zorg die ze achteraf kunnen krijgen. Dat zien we hier ook. Het maakt niet uit welk geloof je hebt, zolang je maar in iets gelooft. Maar vaak hebben die mensen hun geloof in een toekomst opgegeven.” 

Guy: “Wij maken met Taalfabet resoluut de positieve keuze om deze jongeren te begeleiden. We konden kiezen voor andere kwetsbare doelgroepen, maar we kiezen concreet voor deze jonge vluchtelingen. Naar mijn aanvoelen zijn er te weinig mensen die ons hierin willen navolgen.” 

Guy: “Wij begeleiden tegelijk jongeren die de psychiatrie hebben verlaten. Voor hen en voor de gevluchte jongeren werken we samen met de mensen van de geestelijke gezondheidszorg, met vrijwilligers die psycholoog zijn van beroep, ook met mensen van het CAW.” Roel: “De jongeren uit de bijzondere jeugdzorg zijn er sterk ondersteund geweest. Wij moeten hen bijna heropvoeden. We proberen hen niet te pamperen, maar willen hen een realistisch beeld geven van de maatschappij. We geven hen zo snel mogelijk eigen verantwoordelijkheden. Bv. Wanneer iemand zijn ticket niet heeft betaald op de tram, en hij/zij wordt betrapt, dan staan wij hier niet financieel voor in, maar moeten ze hier zelf voor betalen.” Guy: “Ook in de opvangcentra wordt alles voor de jonge vluchtelingen gedaan. We leren de jongeren hier werken met structuur: op tijd opstaan, de was en het huisvuil sorteren, … We leren hen hoe je met een beperkt budget gezond kan koken. Ze leven hier in studio’s, niet in leefgroepen. In een minimum van tijd moeten de jongeren hier, tegen hun achttiende verjaardag, zelfstandig wonen en leven. In de LOI worden ze daarin intensief begeleid. Het is ontzettend belangrijk dat we hen goed begeleiden, want daar heeft de samenleving later het rendement van.” 

Roel: “Waarom is het steeds een heet hangijzer om kwetsbaren te ondersteunen? Terwijl je net op de ondersteuning van kwetsbaren zou moeten inzetten om een leefbare samenleving te creëren voor iedereen. Alleen een kwaliteitsvolle omkadering en intensieve begeleiding kan voor een goede integratie van deze jongeren zorgen.” 

Enkele getuigenissen 

Guy: “Sami* vertelde ons dat hij van Marokkaanse origine was. Hij kwam hier als Niet Begeleide Minderjarige Vluchteling. Hij leerde hier in het dorp een meisje kennen, maar de ouders gingen niet akkoord met de relatie. Na zijn verblijf hier bij ons was hij hier illegaal. Op een gegeven ogenblik vertelde de vader van het meisje dat hij Sami zou aangeven aan de politie. Sami is hier toen benzine van de grasmachine komen halen en is al wenend naar het politiebureau gegaan. Hij heeft er op de ramen geklopt en geroepen ‘Hier ben ik nu’. Hij heeft zich dan met de benzine overgoten en heeft zichzelf in brand gestoken. Hij had net daarvoor naar Roel gebeld, om ons te bedanken voor de tijd die hij hier had gekregen. Roel belde mij vervolgens op, en ik ben naar het bureau gesneld, maar ik was te laat. De politie had Sami onmiddellijk in de douche gestoken, maar hij ging in coma en stierf aan zijn verwondingen. Sami had hier twee jaar gewoond. Hij had het terras hier aangelegd. Zijn vluchtverhaal was niet zo dramatisch: hij was aangetrokken door Europa en dacht het hier te gaan maken. Na zijn dood kwamen we erachter dat hij Algerijn was. Had hij ook gelogen over zijn vlucht? En om welke redenen loog hij? We bleven met vragen achter. 

Kambale*, een Congolees, kwam hier op 16-jarige leeftijd. We doen steeds een intakegesprek en vragen dan: ‘Wat zijn jouw dromen en wat verwacht je van ons om die dromen te realiseren?’. Kambale had twee wensen: hij wilden loodgieter en voetballer worden. Hij ging hier naar school, had prachtige resultaten en studeerde af als loodgieter. Hij begon te spelen in een lokale voetbalclub. Door de juiste contacten in de voetbalclubs is hij er ook in geslaagd om profvoetballer te worden in een grote club. Hij is ons nog steeds dankbaar: toen zuster Luciana, die hier inwoonde, een probleem had met de afloop van haar lavabo, is hij onmiddellijk afgekomen. Met de middelen die hij nu heeft, steunt hij zijn familie in Congo, maar ook enkele jongeren hier zonder familiale band. 

We begeleiden niet alleen minderjarige vluchtelingen, maar ook mensen met een psychiatrische achtergrond. Soms mag alle hulp niet baten, maar doet de liefde dat wel. Fanny* had anorexia. Ze had lange tijd in de psychiatrie doorgebracht. Ze verbleef hier anderhalf jaar. Haar herstel ging met vallen en opstaan. Tijdens één van onze activiteiten leerde ze een vrijwilliger beter kennen. Door de relatie wist ze op gewicht te komen. Ze wonen nu samen en hebben trouwplannen. 

We zien dat hier nog. Mensen hier hebben een verleden met intra-familiaal geweld. Of ze zijn geadopteerd en vragen zich af waarom ze zijn verstoten. Of ze kampen met levensvragen. Zelfs al geven we de beste begeleiding, ze redden het dikwijls niet. Maar wanneer zij verliefd worden op de juiste persoon, kan dat wonderen doen. De begeleiders krijgen niet klaar, wat die persoon kan teweegbrengen. We hebben in dit huis dan ook enkele Taalfabetkindjes. Het meisje komt ons dan plots vertellen dat ze zwanger is. Verschillende van die koppels zijn nog steeds samen. We hebben mee voor werk kunnen zorgen, ze hebben een huis kunnen kopen, de kinderen gaan naar school, zij betalen hun huisje af. Ze vonden de rust en kalmte om van hun gezin iets moois te maken op duurzame wijze, op lange termijn.” 

* Fictieve naam 

Praktische informatie

Taalfabet vzw Taalfabet
Torenstraat 111 
2160 Wommelgem 
Google maps
https://taalfabet.be/
Contactpersoon: Guy Mennen