In 't kort

  • Gericht op jongeren en hun gezin.
  • Hulp in het kader van jeugdzorg, onderwijs, justitie en maatschappelijk werk.
  • Meer dan 25 hulpverleningsvormen, vanuit 15 afdelingen op 10 verschillende locaties in het Antwerpse.

Elegast biedt o.a. gezinsondersteuning aan:

Hieronder focussen we op de dienst Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen (CBAW) van Elegast.

Dagelijkse werking 

Dienstverlening 

Tom Haest, coördinator Begeleid Zelfstand Wonen, van Elegast vzw: “De Antwerpse vzw Elegast zet zich sinds 1978 in voor kinderen en jongeren die in een verontrustende opvoedingssituatie zitten, maar is ook breder dan die jeugdwerking. Elegast is gestart met een zogenaamd gezinsvervangend tehuis, Elegast Conscience. Een huis waar we een tweede thuis trachtten uit te bouwen voor 15 jongeren tussen 0 en 18 jaar die zich in een verontrustende opvoedingssituatie bevinden. Later zijn we uitgegroeid tot wat we nu zijn. We begeleiden nu ook jonge gezinnen, hebben een buurtwerking, en zelfs een vakantiecentrum in Vorselaar. We beschikken voor onze activiteiten binnen de jeugdzorg over een dagcentrum, onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC’s), begeleidingstehuizen, thuisbegeleiding en een dienst voor HCA (Herstelgerichte en constructieve afhandeling). Maar we bieden daarnaast evengoed hulp in het kader van onderwijs, justitie en maatschappelijk werk en werken daarvoor ook bv. samen met Stad Antwerpen. 

Vandaag begeleiden we met het BZW (Begeleid Zelfstandig Wonen) 35 jongeren tussen 16 en 25 jaar in hun stap naar volwassenheid. Die werking gaat ruim, een deelproject is Studio+, een kleinschalige wooneenheid voor jongvolwassenen die nood hebben aan intensieve begeleiding en extra ondersteuning bij het alleen wonen. We kijken wat er nodig is voor een stabiele woonsituatie. Het kan gaan om de zoektocht naar een eerste eigen studio. Maar het kan ook een traject zijn met een jongere die in zijn gezin/pleeggezin verblijft, waar we dan nagaan hoe we de woonsituatie daar in dat gezin terug haalbaar kunnen maken. Voor de jongeren van 17 à 18 jaar, waarmee we een traject starten, is het vaak nog niet helemaal duidelijk waar ze naartoe willen, maar is het alleen duidelijk dat de situatie, waarin ze op dat moment verkeren, niet langer houdbaar is.  

Het BZW is, anders dan onze gezinsbegeleidingsdiensten, een niet-rechtstreeks-toegankelijke hulpverlening. Jongeren kunnen ons niet rechtstreeks opbellen. De aanvraag verloopt via een aanmelder: een jeugdrechter, het OCJ (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg), of via de intersectorale toegangspoort voor aanmeldingen via de brede instap (bv. met aanvragen van het CLB, een CAW, het JAC, pleegzorg, …). 

Als er bij ons één jongere uitschrijft, staan er weer tien jongeren te wachten om zijn/haar plaats in te nemen. De wachtlijsten zijn lang en ze zijn het laatste jaar nog toegenomen. Alleen al via de toegangspoort vragen momenteel een 150-tal jongeren hulp. We kunnen nog moeilijk een perspectief bieden aan onze jongeren. Zij die aangemeld worden, moeten langer dan één jaar wachten. Dat is niet werkbaar. Die signalen worden opgepikt op alle niveaus (van agentschap, over toegangspoort, tot de diensten) en de mogelijkheden worden bekeken om dit terug op goede sporen te krijgen. Want als mensen een hulpvraag hebben, dan leeft die vraag op dat moment en niet over een jaar. Dat is moeilijk werken momenteel, maar we zijn tegelijk wel blij dat we aan 35 jongeren een oplossing kunnen bieden.  

In een gebouw van Woonhaven hebben we 7 studio’s die we aanbieden binnen verschillende projecten. Er is ons project ‘Studio+’ met 4 studio’s voor jongeren die samen ook een groepswerking hebben. Eén studio is bewoond door een vrijwilliger. Voor jongeren die hun traject bij ons opstarten en op straat staan, is er een noodstudio voorzien. Eén studio behouden we voor onze vluchtelingenwerking: we geven niet-begeleide minderjarige vluchtelingen de kans op voorlopig onderdak, om van daaruit een plaats te zoeken op de privémarkt. Sinds oktober is er ook een studio beschikbaar voor ons project ‘Wonen met begeleiding’, een intersectorale samenwerking van Mind The Gap, om kwetsbare jongvolwassenen snel toegang te verlenen tot een woning met daaraan een intensieve multidisciplinaire begeleiding gekoppeld. 

Het is moeilijk om vrijwilligers in te schakelen voor onze werking, omdat we met onze jongeren een vertrouwensband en beroepsgeheim moeten bewaken. Wel is er in ons project Studio+ ook een inwonende vrijwilliger, een studente orthopedagogie, die niet een begeleidende, maar wel een voorbeeldfunctie heeft. De jongeren kunnen bij haar aankloppen en dat is enorm waardevol. Zij is rechtstreeks betrokken en geeft dus een andere insteek in de maandelijkse bewonersvergadering. Zij heeft ook al opgetreden in acute crisissituaties, bv. bij geluidsoverlast, wanneer de jongeren onderling niet tot een vergelijk konden komen, dan hielp haar aanwezigheid om de stresssituatie niet te laten escaleren. Want het samenleven verloopt niet altijd vlekkeloos.  

De begeleiding focust zich nooit enkel op de jongere, we gaan altijd samen na hoe zijn/haar netwerk hierin een plaats kan krijgen. Deze mensen zullen vaak betekenisvol zijn tijdens het traject en ook lang nadat we het traject hebben afgerond. Sommige jongeren zijn gemotiveerd om aan de slag te gaan met een buddy en dan spreken we bijvoorbeeld Armen TeKort aan. Deze organisatie zet zich in om sterke buddy-relaties op te bouwen. 

Onze begeleiding duurt zo lang als nodig. Vijf jaar geleden zei ik nog: een jongere met gezond verstand, waarnaar wordt omgekeken en die weet waar hij/zij naartoe wilt, heeft gemiddeld een jaar nodig om er te geraken. Maar we zien de begeleidingen toenemen in duur, van een jaar tot drie jaar. De inschatting wordt gemaakt in samenspraak met de jongere zelf. Eén van de redenen is dat de leeftijd tot wanneer jongeren bij ons terecht kunnen, werd opgetrokken van 21 naar 25 jaar. Want dat schepte anders schrijnende toestanden: als jongeren jaren na onze begeleiding terug in de problemen (budgettair, psychosociaal, …) kwamen, dan konden ze niet meer terugvallen op ons. Dan moesten ze weer ergens anders een nieuw hulpverleningstraject starten. Ze bleven in de mallemolen van hulpverleners. We hebben daarom ook mogelijk gemaakt dat jongeren een traject bij ons konden heropstarten, om met de vertrouwde gezichten terug aan de slag te gaan. 

Wanneer een jongere zich heeft aangemeld via de toegangspoort, en er is plaats, dan nemen we contact met de aanmelder. We gaan na of de vraag nog actueel is, omdat de wachtlijst zo lang is. Is dat het geval, dan plannen we een kennismakingsgesprek. Wanneer dan beslist wordt dat we van start gaan, plannen we een intakegesprek en zijn we vertrokken. Dan komen we wekelijks op huisbezoek. Met covid-19 verloopt dat anders en leggen we digitaal contact of geven we de mogelijkheid tot gesprekken op onze dienst. Dan werken we aan domeinen als wonen, administratie, budget, vrije tijd, welzijn, school, werk, … We werken vraaggestuurd en geen vraag is te veel. De eerste maanden werken we aan vertrouwen, vanuit een ondersteunende rol als coach, maar vaak is ook sturing nodig. De vragen zijn vaak ook verbonden: om begeleid zelfstandig te wonen, zijn de jongeren vaak afhankelijk van een leefloon. Een aanvraag daartoe bij het OCMW staat of valt afhankelijk van het naar school gaan. Komt het schoollopen in het gedrang, dan komt hun leefloon in het gedrang, waardoor sommige jongeren ook hun huurcontract niet meer kunnen naleven om budgettaire redenen. We kunnen budgetbegeleiding bieden, maar we moeten er naartoe groeien dat de jongere dat zelf kan beheren. Alle levensdomeinen hebben dan invloed op elkaar. 

Met covid-19 verloopt het contact moeilijker: digitaal contact willen ze soms niet, telefonisch zie je hun gezichtsuitdrukkingen niet, … Daarom plannen we ook gesprekken op onze dienst. Maar wij moeten in vertrouwen met de jongeren op stap kunnen gaan, en daarom hebben onze huisbezoeken zo’n belangrijke functie, want zo stappen we in hun leefwereld. Dat ontbreekt nu. Bv. hygiëne en orde zijn noodzakelijk om te kunnen huren, daar hebben we zicht op als we er langskomen. Die antennes vallen nu weg, en dat leidt soms tot schrijnende toestanden. 

Partners 

We werken op alle domeinen: rond budget, administratie, dagbesteding, vrijetijd en psychosociaal welzijn, dat verschilt van jongere tot jongere. Scholen en CLB’s zijn aan boord. Huisbazen zijn doorgaans betrokken partij. We werken samen met de consulenten van het OCJ, de jeugdrechtbank en de jeugdrechter zelf. We gaan doorverwijzen naar de geestelijke gezondheidszorg, zowel residentiële als ambulante diensten of psychologische thuisbegeleiding. Voor alles rond tewerkstelling krijgen we hulp van de VDAB en haar jongerencoaches. We werken ook samen met het VAPH-diensten (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap), vaak zijn onze jongeren gebaat met hun aanbod.  

Momenteel belangt de geestelijke gezondheidszorg ons het meest aan, omdat we er op muren stoten: de wachtlijsten zijn er veel te lang. We hebben, zeker de laatste tijd, enorm kunnen rekenen op de hulp van TEJO (Therapie voor jongeren). Dat zijn psychologen/therapeuten die, op vrijwillige basis, kortstondige trajecten starten (van een tiental sessies) met jongeren. TEJO is er sinds een tiental jaar, ontstaan omwille van de wachtlijsten, en steeds in samenhang met de oproep aan de overheid om iets aan de wachtlijsten te doen, opdat jongeren met ernstige problematieken niet in de kou blijven staan.  

Enkele getuigenissen 

Leen Ottschytsch, begeleider bij BZW, Elegast: “Joris* in Studio+ heb ik hard zien afglijden. We planden wekelijks een groepsactiviteit met de jongeren van Studio+, zoals bv. kookactiviteiten. Door covid-19 konden die activiteiten niet doorgaan. Joris gaf aan dat hij telkens hoop kreeg, omdat wij dingen planden, maar hij verloor zijn motivatie door de steeds terugkerende teleurstelling wanneer activiteiten niet mochten doorgaan. Joris was net in dit traject gestapt, omwille van zijn nood aan sociaal contact en om zijn eenzaamheid tegen te gaan. Ondanks de individuele contacten met de begeleiding, heeft hij tijdelijk volledig afgehaakt. Een digitaal contact was geen oplossing, daar Joris aangaf dat hij uit verveling al zoveel schermtijd had op een dag en dus geen nood had aan nog wat digitale afleiding. 

Francis* zat al slecht in zijn vel voor covid-19. We zochten met hem mee naar een job, of in ieder geval een dagbesteding. Door covid-19 konden de gesprekken met de Skill Builders niet doorgaan. De Skill Builders, dat is een organisatie die trainingen geeft om te leren solliciteren, die werkt aan gedrag en houding, kortom die je klaarstoomt om in het werkveld te kunnen stappen. Francis had geen boodschap aan alleen wat digitale begeleiding. We bleven hem zien in de begeleiding, zowel thuis als tijdens wandelgesprekken. Toch gleed hij verder af in een depressie. We hebben dan de huisarts moeten raadplegen om zo het Mobiel Crisisteam van het ziekenhuis ZNA Sint-Erasmus in te schakelen. Zij kunnen snel interveniëren met een traject van 12 weken aan huis. Zij hebben gekeken wat er kon gebeuren om terug in beweging te komen. Met Francis gaat het nu stukken beter. Francis stond al twee jaar op een wachtlijst voor VAGGA van het CGG, dat zijn ambulante therapeutische gesprekken, en heeft met behulp van het OCMW een versnelde aanmelding gekregen. TEJO heeft ons geholpen om de wachttijd te overbruggen. Het is voor ons fijn om als begeleider samen te werken met andere diensten en te zien dat de jongere er baat bij heeft.” Tom: “Maar het is zo dat hij enorm hard is moeten afglijden, en er keer op keer aan de alarmbel is getrokken, vooraleer, na meer dan twee jaar, hij de gepaste ondersteuning kon krijgen. Dat is ook een stuk van de dagelijkse realiteit en zeker geen alleenstaand geval. 

Die wachtlijsten spelen bijvoorbeeld ook een rol, wanneer jongeren na een traject bij ons zich klaar voelen om ons te lossen. Vervolghulpverlening of ondersteuning via de CGG zijn ook onderhevig aan een lange wachttijd. Dat maakt bijgevolg ook dat onze begeleidingen langer worden. We zijn minder geneigd om onze jongeren los te laten, totdat we weten dat ze in goede handen zijn. 

Shana* is een niet-begeleide minderjarige vluchteling die in één van onze studio’s verblijft. Zij was al jaren vragende partij van een gezinshereniging. Onlangs kreeg zij hiervoor de toestemming. Als Shana voor onderdak kon zorgen, dan waren zij en haar familie een hele stap vooruit, dan konden ze snel ondersteuning krijgen van het OCMW. Als zij dit niet kon, en de federale overheid moest voor onderdak zorgen, dan zou heel de procedure terug in vraag worden gesteld. Shana was er dus enorm op uit om zelf onderdak te voorzien. Maar hoe doe je dat met een leefloon? En hoe vind je een huisbaas die bereid is om zijn appartementje te verhuren aan 7 à 8 personen? Shana komt, zoals heel wat andere vluchtelingen, uit een groot gezin. En meestal hanteren zij niet onze woonnormen: ze zijn bereid om dicht op elkaar te wonen. Shana heeft een woonst gevonden, maar de huurprijs gaat ver te boven aan wat zij kan met haar leefloon. Het was dus onmogelijk voor haar, zonder de extra financiële impuls van Caritas Hulpbetoon, om een periode van hopelijk niet langer dan twee à drie maanden te overbruggen, totdat ook de ouders hun leefloon kunnen ontvangen. Dan kunnen zij zelfstandig verder. Shana heeft dus dankzij Caritas Hulpbetoon het huurcontract kunnen tekenen, maar dit is de hefboom voor zoveel meer. Shana is enorm veerkrachtig, maar de veer staat zo vaak op springen, want de uitdagingen zijn enorm. Wanneer je familie in een oorlogsgebied leeft, en het gevaar op aanslagen erg reëel is, moet de druk enorm zijn om te weten dat je recht hebt op gezinshereniging, maar dat er uitstel is in de procedures omwille van covid-19. Dan mag je nog zo veerkrachtig zijn, maar het vraagt veel. Ook hier moeten we begeleiding bieden op allerlei domeinen: Shana loopt school, maar valt soms uit omwille van de druk. Zij is heel dankbaar dat ze ons als begeleider naast zich heeft, om het gesprek aan te gaan met de school, want, jammer genoeg, wordt er vaak gemakkelijker geluisterd naar de begeleider met expertise, dan naar de jongere zelf.” 

Leen: “Sophie* zat niet goed in haar vel, ze had psychologische ondersteuning nodig, en had ook een mentale beperking. Ze overwoog om een maagverkleining te doen. In het ziekenhuis moest ze in dat kader een heel proces doorlopen met een psycholoog en de arts die inzetten op een verandering in levensstijl en ze wezen op de gevolgen die ermee gepaard gaan. Sophie besloot om de maagverkleining dan toch niet te laten uitvoeren. Maar samen met haar obesitas had ze een grote cupmaat, en had ze nood aan een speciale bh. Zo’n bh lag boven haar budget, waardoor ze het moest stellen met een te kleine bh die in haar vel sneed. We vroegen Caritas Hulpbetoon daarom om een tegemoetkoming, opdat zij een aantal degelijke bh’s kon kopen. Het was niet alleen een materiële nood, maar de relatief kleine aanpassing zou haar welzijn sterk bevorderen. Zij is met het geld fijn geholpen geweest. Ze was verlost van de pijn. Daarnaast ging ook een wereld voor haar open: een lingeriewinkel die advies op maat gaf, dat kende ze niet. Na haar verblijf in Studio+, wilde zij buiten Antwerpen, rustiger gaan wonen. Dit viel buiten ons werkingsgebied, waardoor ik haar heb moeten overdragen aan een andere BZW-dienst. Momenteel is zij opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, om verder te kijken wat nodig is om haar zelfstandig te kunnen laten leven. Ik heb Sophie onlangs ontmoet. Ze gaf aan blij te zijn met haar verhuis naar een rustigere omgeving, al heeft ze nog steeds die psychische ondersteuning nodig. 

Farah* uit Burundi, was een niet-begeleide minderjarige vluchteling. Omdat ze als tiener zwanger werd, werd ze versneld toegewezen en kon ze terecht in een appartementje bij de Woonhaven. Na enige tijd liep haar verblijfsvergunning echter af, ze moest binnen de 30 dagen het land verlaten. De reden voor de afkeuring van haar dossier was dat ze niet aan de voorwaarden voldeed: ze moest kunnen aantonen dat ze zelfstandig kon instaan voor de zorg voor haar kind. Ze moest daartoe stoppen met school en werk zoeken. Dat heeft ze effectief gedaan. Het is knap waar ze nu staat: ze woont nog in het appartementje van Woonhaven, maar heeft een heel netwerk rond zich.” 

Tom: “Fons*, 17 jaar, werd door de jeugdrechtbank aangemeld. De jeugdrechter legde dat op, Fons wilde zelf niet thuis vertrekken. Hij woonde in een gemiddeld begoed gezin, met twee werkende, liefhebbende ouders. Er was miscommunicatie in beide richtingen, zowel van de ouders als van de zoon uit. De situatie escaleerde naar intrafamiliaal geweld: ze bedreigden elkaar ernstig, er werd al eens een mes getrokken. De ouders schakelden hulp in op allerlei mogelijke manieren: met vrijwilligers, met de jeugdrechter, er kwam thuisbegeleiding. De jeugdrechter maande Fons aan om zijn eigen weg te banen. Wij moesten aan de slag met deze jongen die niet wilde verhuizen. De ouders waren ten einde raad. Wij hebben geen antwoorden kunnen bieden, we zijn in het gezin blijven langskomen en zijn blijven oplossingen zoeken, maar het baatte niet. Er bleven crisissituaties ontstaan. Op een bepaald moment heeft de jeugdrechter aan de ouders opgelegd om naar de vrederechter te stappen en daar een uithuiszetting te eisen. De ouders wilden dit niet tegenover hun kind, maar de jeugdrechter bepaalde het zo om de situatie te doorbreken. Vlak voor de uithuiszetting zou plaatsvinden – die een emotionele schade zou berokkenen die nog vele malen groter was dan wat er zich al jaren voordeed binnen het gezin – heeft Fons, mits familiale steun, een woonst gevonden. Wat iedereen wist en hoopte, gebeurde toen ook: de afstand was net hetgeen nodig was. Fons woont zelfstandig, maar is geïnstalleerd en ondersteund door zijn ouders. Hij loopt verder school. En hij gaat vrijdag ook thuis eten bij zijn ouders. De interacties waren zo mismeesterd, dat niemand het nog kon opbrengen het te keren, maar gewoon door de afstand te creëren was de oplossing er al, de liefde tussen die mensen was groot genoeg. Als begeleider krijg je de ondankbare taak om in een opgelegde beslissing te moeten meegaan, en dat vol te houden. Want als de jongere niet meewil in het verhaal, kan de situatie soms niet verder raken. In dit geval zijn net om die reden zulke zware, dwingende maatregelen genomen moeten worden.” 

* Fictieve naam

Waarom zijn jullie gemotiveerd in wat jullie doen? 

Hetgeen wij beogen, is dat de jongeren uiteindelijk zelf verder kunnen met hun leven op een manier waarbij ze zich goed voelen. We proberen veel te bewegen, samen te werken, te installeren wat nodig is, de jongere vaardigheden aan te leren om het leven aan te kunnen en te kunnen participeren aan de maatschappij. We proberen hen te versterken met behulp van de mensen die al rondom hen staan of die we daartoe aanmoedigen en de verbinding te leggen.

Leen Ottschytsch
Begeleider Begeleid Zelfstand Wonen, Elegast vzw

Het mooie is dat we dat net op zo’n kantelmoment van jongvolwassenheid kunnen doen. Als je die bescherming en omkadering op zo’n belangrijk moment in je leven niet hebt, dan is het zo dankbaar dat er iemand naast je kan meelopen. We gaan altijd met individuele verhalen aan de slag, waarbij we de tijd nemen om het vertrouwen te winnen en samen te werken op het tempo van de jongere. En we laten hen pas los als we beiden (de jongere en wij als begeleider) het vertrouwen hebben dat het zelfstandig ook zal lukken.

Tom Haest
Coördinator Begeleid Zelfstand Wonen, Elegast vzw

Contact

Elegast vzwElegast vzw
Belgiëlei 203
2018 Antwerpen

info@elegast.be
T +32 (0)3 286 75 25
www.elegast.be